No cure no pay. Nee

De VVD en de PvdA willen dat er een proefproject komt met no cure, no pay in de rechtsbijstand. In dit systeem betaalt een cliënt de advocaat alleen als die succes boekt. Nu is dat in Nederland nog verboden.

Van de VVD was ik het inmiddels gewend. De liberalen worden warm van binnen als het om dit soort Amerikaanse praktijken gaat. De geprivatiseerde gevangenis kwam al in beeld, en nu is no cure no pay aan de beurt. Bezuinigen blijkt een prima springplank voor het invoeren van langgekoesterde liberale wensen.

Mijn eigen partij PvdA had ik toch hoger ingeschat. Daarom even uit de losse pols drie redenen waarom no cure no pay een slecht idee is. Zomaar de eerste drie argumenten tègen die me te binnen schieten. Van een waslijst aan tegenargumenten.

Één. In een stelsel van no cure no pay krijg je als advocaat pas betaald als je wint, dus ga je selectief winkelen. Dan ga je dus alleen zaken aannemen die je denkt te kunnen winnen. Als partij moet je dan wel zorgen dat je een goede indruk maakt: lijk je op basis van de eerste stukken zwakker, heb je een probleem. Succes met het zoeken van een advocaat. Met rechtszekerheid heeft dat niets te maken.

Twee. Ambulancechasers, kent u die? Als je een percentage van de schadeclaim krijgt, of een mooie bonus bij winst (maar ook belangrijk: juist helemaal niets als je niet wint), dan ga je op zoek naar die vette vis. Die ene cliënt met een winstgevende zaak, eentje die je zomervakantie wat weken kan verlengen of een nieuwe sportauto je garage in laat rijden. En als die vette vis niet wil procederen, dan stimuleer je hem toch een beetje? Leve de claimcultuur. Van advocaat als partijdig belangenbehartiger naar raadsman met een eigen belang.

Drie. Van de Steur (VVD) vindt één van de zegeningen van no cure no pay dat ‘kansloze zaken’ verleden tijd zullen zijn. Allereerst wil ik daarover zeggen: de schijnbaar kansloze zaken bedoelt Van de Steur eigenlijk (zie argument één). Maar: is er iets fundamenteels mis met de rechtzoekende die kansloos is? Uit mijn tijd bij het openbaar ministerie, de rechtspraak en de advocatuur heb ik veel geleerd, maar bovenal dit: mensen willen soms gewoon gehoord worden. Hun verhaal kwijt. Serieus genomen worden. Eigenlijk wil iedereen dat, toch? No cure no pay is een stap in de richting van selectie aan de poort: ‘geen kans op winst? Dan bent u mijn tijd niet waard.’

Jeroen Recourt (PvdA) noemt no cure no pay ‘geen alternatief voor de afkalvende rechtsbijstand, maar wel een aanvulling op de bezuinigingen.’ Ik moest daar even over nadenken. Volgens mij bedoelt Recourt te zeggen dat ‘daar nog geld valt te halen.’

Domme bezuinigingsmaatregel dus. Eentje die ons rechtssysteem zal verslechteren. Een bezuinigingsmaatregel die mensen raakt die niet (voldoende) in hun eigen rechtsbescherming kunnen voorzien. Niet doen. Slecht plan. In de prullenbak. Klaar.

Advertenties