Sponsor mijn Vierdaagse voor Ome Joop’s Tour!

Vorig jaar liep ik tijdens de Vierdaagse mijn voeten finaal kapot. Dat was een, eh, ervaring. Dit jaar loop ik ‘m weer, dit keer voor een goed doel: Ome Joop’s Tour. Dus gun kinderen uit gezinnen waar een vakantie niet vanzelfsprekend is een mooie wieler-achtdaagse door het hele land en sponsor mij via onderstaande sponsor-site. Alle beetjes helpen!

http://www.devierdaagsesponsorloop.nl/mark-lauriks

image

Advertenties

Zoek het zelf maar uit


Onze verwachtingen van oom agent zijn enigszins ambivalent te noemen. Die ‘struikrovers’ (verkeersagenten) moeten het niet wagen om ons te flitsen als we te hard rijden. Maar we verwachten wel dat de politie komt opdagen als er onenigheid is over het invullen van de schadeformulieren na een botsing. Gelukkig kunnen we er meestal wel op vertrouwen dat de politie ingrijpt als er echt problemen zijn.

Niet zoals in het universum van The A-Team. In hun wereld zijn de politie en de overheid niet te vertrouwen en moeten burgers hun heil zoeken bij een groep vigilantes die gespecialiseerd is in verkleedpartijen en het in elkaar lassen van zelfverzonnen wapentuig. De burger moet voor z’n eigen veiligheid opkomen.

De huidige regering verwacht dat wij ook een steentje bijdragen aan onze veiligheid. Dat valt op te maken uit het regeerakkoord, waarin het recht op zelfverdediging een prominente plek heeft gekregen. Weinig nieuws ten opzichte van de bestaande noodweerbepalingen (jezelf verdedigen tegen een ‘ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding’ mocht al) maar het signaal is duidelijk: ingrijpen mag best.

Burgerparticipatie in de opsporing, ook een manier om je steentje bij te dragen. In 2008 stelde (nu vertrekkend) OM-topman Harm Brouwer dit al aan de orde.  De jurisprudentie biedt soms ook opvallend veel ruimte voor burgeropsporing. Zoals in een zaak waarin een creditcardmaatschappij op eigen houtje achter een stel fraudeurs aanging en zich schuldig bleek te hebben gemaakt aan uitlokking van diefstal (uit de brievenbussen van de fraudeurs) en het illegaal maken van geluidsopnames. Het in deze door burgers vergaarde bewijsmateriaal mocht, hoewel via strafbare handelingen verkregen, in een strafzaak gewoon worden gebruikt. Denk verder aan het verborgen camerawerk van Peter R. de Vries dat soms aan de wieg stond van een, al dan niet succesvol, strafrechtelijke onderzoek.

Maar niet alles mag: De Vries mocht zijn beelden van Koos H. niet uitzenden en Alberto Stegeman kreeg op zijn kop (met een aardige boete) omdat hij een wapenhandelaar in zijn huis filmde. Beide acties waren volgens de rechter niet noodzakelijk. Brouwer waarschuwde al voor een ‘amateurpolitiestaat’, een samenleving waarin de Maurice de Honden van deze wereld vrij spel hebben.

Een andere vorm van ‘participatie’ is klikken. Daar blijken wij, gezien het uitgebreide assortiment aan kliklijnen, vrij bedreven in te zijn. Begin dit jaar haalde het CDA nog een nieuwe variant van stal: een kliklijn voor het tegengaan van illegaal roken in café’s. Meld Misdaad Anoniem en de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) zijn nuttige ‘klik’-instrumenten en hebben menig groot (en klein) misdrijf aan de oppervlakte gebracht.

De realiteit is dat er steeds minder geld beschikbaar komt voor de politie en dat ze efficiënt met de schaarse middelen moet omgaan. Dan is het mogelijk dat we moeten accepteren dat de politie er niet in alle gevallen meer voor ons kan zijn. Een soort “vraag niet wat de overheid voor jou kan doen, maar wat jij voor de overheid kan doen” dus.

Wat doe jij? Klikken? Zoek jij uit in welke weekendtas je het best een camera kunt verstoppen? Of schilder je alvast wat rode strepen op een zwart bestelbusje?

De informatietrein

Met duizelingwekkende snelheid raas je over het spoor door het landschap. De motor van de locomotief draait op volle toeren. Waar je heen gaat en welke stations er nog komen, weet je niet. Dit is niet een omschrijving van het begin van een spannende actiefilm, maar een metafoor voor de voortdenderende informatieverzamelende trein waar wij ons als samenleving in bevinden.

Eigenlijk is er sprake van één groot spoornet vol met informatievergarende treinen waaronder de overheid en bedrijven als Facebook. Als zo’n trein te hard voortraast, bestaat de kans dat hij ontspoort, of dat de remmen niet meer werken. Aan hard en ongecontroleerd vooruitrijden kleven dus belangrijke gevaren.

Een belangrijke trein, onze overheid, onderneemt een grote hoeveelheid informatievergarende activiteiten die in onze persoonlijke levenssfeer treden. Zo ontwikkelde de overheid het Elektronisch Patiëntendossier (EPD), een systeem waarmee artsen onderling en met apothekers kunnen communiceren en met één druk op de knop informatie kunnen delen. Ook heeft de overheid gekozen voor de invoering van het biometrisch paspoort, waarbij vingerafdrukken in het paspoort en in een databank worden opgeslagen.

In beide gevallen is er een behoefte er wordt er vervolgens een systeem uit de grond gestampt. Vooral de efficiëntie van de toepassing staat voorop, maar de veiligheidsaspecten worden niet altijd even zwaar meegewogen. Mede hierdoor is het EPD voorlopig in de Eerste Kamer gesneuveld en is de opslag van vingerafdrukken (tijdelijk) een halt toegeroepen.

Dit zijn twee voorbeelden van grote, kostbare overheidsprojecten waarbij de beveiligings- en privacyrisico’s pas in een (te) laat stadium aan de orde kwamen. En niet alleen de risico’s rondom de beveiliging baren zorgen. Nu is het doel van het EPD en het biometrisch paspoort misschien nog duidelijk, maar er zijn onvoldoende waarborgen dat deze systemen in de toekomst niet voor een ander doel worden gebruikt. Is het bijvoorbeeld niet heel praktisch om via opgeslagen vingerafdrukken daders van misdrijven op te sporen? 

Het is niet voor niets dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid onlangs de ontnuchterende vraag stelde: “Waar zijn we als overheid nou eigenlijk helemaal mee bezig?” Het adviesorgaan stelt dat de huidige informatie-overheid in feite geen begrenzing meer kent. Deze ‘iOverheid’ is onder de politieke radar ontstaan en zal onbekommerd verder groeien wanneer ze daar blijft.

Maar ook bij private ‘treinen’ ligt gevaar op de loer. De bestaande privacywetgeving, zoals de Wet bescherming persoonsgegevens, laat het verzamelen en gebruik van privacygegevens toe zodra er sprake is van ‘toestemming’. Maar is het nog voldoende duidelijk wanneer we toestemming  geven en waarvoor? Microsoft Hotmail leest onze mails mee en slaat ze op, Google weet beter dan wijzelf wat we over een jaar op internet zullen bestellen en allerhande apps kijken in onze mobiele telefoon mee. Allemaal met onze toestemming, omdat we keurig de ‘OK-knop’ aanklikken als we ellenlange disclaimers voorbij zien komen. Niet alleen omdat we geen zin hebben om alle kleine lettertjes te lezen, maar ook omdat we, als we niet akkoord gaan, geen gebruik mogen maken van al die handige gratis applicaties.

Dat verlangt niet alleen om bezinning van de overheid op privacyvraagstukken, maar ook van ons als burgers. Verwachten wij dat grote, vertrouwde bedrijven het goed met ons voorhebben en dat de overheid ingrijpt als onze privacy te ver wordt aangetast? Of nemen wij zelf verantwoordelijkheid door kritische consumenten te worden die niet langer kiezen voor gemak en kosteloosheid, maar voor de zekerheid dat onze persoonsgegevens veilig zijn?

Los van het nut dat de diverse projecten, systemen en beleidsplannen hebben, los van hoe hard ze soms nodig zijn en los van alle goede bedoelingen: het doel heiligt niet altijd alle middelen. Zeker niet als daar zoveel risico’s aan verbonden zijn. Laten we het goed doen. Laten we een elementair debat voeren over de vraag wat wij belangrijker vinden: gemak of privacy, privacy of veiligheid.

Laten we nu aan de noodrem te trekken om eens goed te bekijken of de remmen wel in orde zijn en of er niet teveel passagiers aan boord zijn. Dat is beter dan om voort te razen op een spoor waarvan niemand weet waar het heen gaat en of de trein ooit nog gestopt kan worden.

Nienke Ross en Mark Lauriks
(verscheen eerder in ‘DEMO’, ledenmagazine van de Jonge Democraten)

Forenzen


De dag begon warm vandaag. Toen ik vanmorgen in de trein stapte, deed dat me onwillekeurig denken aan de zomer van 2006. Vijf jaar jonger en voor het eerst een pak aan dat niet ter gelegenheid van een bruiloft was aangetrokken. Ik ging op weg naar Den Haag voor een sollicitatiegesprek om een stageplek bij een vooraanstaand advocatenkantoor in de wacht te slepen. De spanning voor dat gesprek deed me zweten, maar dat was niet het enige: het was warm. Nee, eigenlijk was het heet. De temperatuur rees ruim boven de dertig graden. Achteraf leerde ik dat die juli in 2006 de warmste maand in zeker 300 jaar was geweest. Dat wist ik op dat moment nog niet, maar de hitte ging niet onopgemerkt voorbij. Mijn jasje durfde ik al niet meer uit te doen, mijn haar leek vers gedoucht en ik moest de neiging bedwingen om mijn voorhoofd af te vegen met mijn stropdas. Het hielp ook niet dat ik, in Den Haag aangekomen, een tram moest delen met schaargeklede Scheveningengangers die me aankeken alsof ik van Mars kwam. Gelukkig mocht ik stage komen lopen.

Die stage bracht mij voor het eerst in gevecht met het tijdelijke station. In november van dat jaar moest ik namelijk beginnen en toen was het oude station al naar de vlakte gegaan. Daar ging ik elke dag: trap op, trap af, vooral bij haast en spoorwisselingen een uiterste test voor het humeur. In dat kader diende zich overigens een nieuwe vorm van leedvermaak aan: aanschouwen hoe ‘nieuwkomers’ de hel die het tijdelijk station soms is, doormaakten. De trein naar Den Haag ging toen nog wel rechtstreeks, het was dus niet alleen maar kommer en kwel. Toch was ik blij dat het forensgedeelte van de stage er op een gegeven moment op zat.

Ondertussen ben ik, na lange tijd lekker dichtbij in Arnhem te hebben gewerkt, sinds een jaar weer werkzaam in Den Haag. Aan de trappen van het station –nog steeds ondingen– ben ik bijna gewend. Zelfs het tijdelijk volledig afsnijden van het treinverkeer tussen Arnhem en Ede-Wageningen, een volkomen idioot idee, heb ik overleefd. En nu is het bijna zover: het tijdelijk station verdwijnt op 1 juli. Eindelijk geen trappen weer, maar een tunnel die ons naar het perron leidt. Tijdelijk station, ik ga je niet missen. Maar zo nu en dan zal ik nog eens aan je terugdenken: je trappen heb ik overleefd, het forenzen gaat door.

Verscheen eerder op Arnhem Direct.

Reaguurder

Een jongen die de keel van zijn vader doorsneed. Een stel waarvan één van hen hun peuter doodde. De tandarts die zijn eigen vinger afsneed om de verzekering te tillen. Miljoenenfraudes. Piramidespelen. Eerwraak. Opmerkelijk veel van de ruim 700 strafzaken waarbij ik professioneel betrokken ben geweest, zijn me bijgebleven. Sommige indrukwekkend door de omvang van het leed van een slachtoffer, sommige door de inkijk in het verwoeste leven van een verdachte. Vaak ook omdat er gewoonweg een ongelofelijk verhaal achter een zaak zat. Of omdat ik een verdachte (of cliënt) stiekem een sympathieke boef vond. Of een ontzettende schurk.

Het is niet heel vreemd dat strafzaken in je geheugen blijven hangen, want in het strafrecht gaat het niet om niks. De uitkomst van een strafzaak kan de rest van iemands leven bepalen. Of de reden van die strafzaak heeft dat al gedaan. En geen enkele strafzaak of verdachte is gelijk.

Toch lijkt het er soms op dat strafzaken inwisselbaar zijn. Elke verdachte is een monster en zijn advocaat geen haar beter. Althans, als je sommige kranten en sites moet geloven. En sommige reaguurders zijn onderhand verworden tot een karikatuur van zichzelf als het gaat om hun reacties op strafzaken. Tjalling van der Goot, advocaat van Robert M., werd onlangs geïnterviewd in de Spits. Op de Spits-site varieerden de reacties van voorstellen om de verdachte zonder proces voorgoed op te sluiten (of erger), tot het in twijfel trekken van de moraliteit van de raadsman. Terwijl een advocaat niet de daden van een verdachte, maar diens rechten verdedigd. Samenzweerderig werden er ook vraagtekens gezet bij het feit dat een verdachte als M. (werkzaam in de kinderopvang) zich zo’n dure advocaat kon veroorloven. Daar moest wel iets aan de hand zijn. Terwijl ook dure advocaten bijvoorbeeld best op toevoegingsbasis (‘pro deo’) kunnen werken.

Is dit dan een pleidooi voor nuance? Een moreel oordeel over die reaguurders die hun onderbuikgevoelens maar de vrije loop laten? Nee, dat niet. Want bij die 700+ strafzaken die ik noemde, zaten een hoop uitspraken waarbij ik dacht: “Wat een slappe hap.” Vooral in zedenzaken wordt er naar mijn smaak soms bedroevend laag gestraft. Bovendien heb ik best rechters meegemaakt die écht wel een beetje wereldvreemd waren. Maar de meeste zaken gaan uiteindelijk best goed. En het is maar goed dat ze er zijn –de niet wereldvreemde rechters dan- want als een dierbare van me het slachtoffer zou zijn van een ernstig misdrijf, denk ik dat misschien meer van de onderbuik dan de ratio mijn oordeel zou vormen. Een objectieve, onafhankelijke kijk dient dan de rechtstaat het meest.

Maar wat moeten we dan met die onderbuik? Misschien zou het goed zijn om emotionele reacties wat meer erkenning te geven. Zulke reacties, vanuit het hart, steeds maar belerend ‘onderbuik’ noemen en ze terzijde schuiven, doet ze geen recht. Van Rossem van Geenstijl merkte dat terecht op. Juist bij strafzaken, waarin soms gruwelijke daden het onderwerp zijn, zijn die emoties heel voorstelbaar. Maar wordt geen karikatuur. Grijsgedraaide platen vol clichés die druipen van onwetendheid hebben we al genoeg op het internet. Mijn pleidooi, if any, is daarom: lees eens wat verder dan de kop van een nieuwsbericht. Volg goede misdaadjournalisten op twitter, lees eens wat meer over strafrecht en ga naar een zitting. Goed geïnformeerde reaguurders, genuanceerd of bot, altijd +1.

Openbaar toilet


Ik ben ontzettend blij met ons appartementje in het centrum van de stad. Mooie locatie, mooi balkon. In het centrum van een van de mooiste steden van dit land. Maar soms, heel soms, ben ik ietsje minder blij. Dat zijn de ochtenden na stapavonden.

Op die avonden –of nachten meer– zoeken veel drinkebroers naar een plekje om hun blaas te ledigen van alcoholische versnaperingen, op weg naar huis na een bezoek aan het café. De portiek van ons appartementencomplex is daarvoor kennelijk uitermate geschikt, want elke vrijdag-, zaterdag- en zondagochtend tref ik bij onze voordeur de sporen aan van wat een urine-overstroming lijkt te zijn geweest. De ochtenden after the night before, niet de mooiste dagen om onze deur uit te stappen. Overigens zijn er ook stapavonden dat ik, niet vies van een cafébezoek op m’n tijd, de wildplasser(s) op heterdaad betrap. Dat blijven ongemakkelijke momenten, gesprekstechnisch vooral.

Nu schreef ik eerder eens ergens dat het de kleine dingen zijn die het doen in een stad. Op het oog kleine ongemakken kunnen je beeld van de leefbaarheid van een stad bepalen en de gemeente heeft daar een verantwoordelijkheid in. Toch was het me nog niet eerder te binnen geschoten dat ik het probleem dat onze portiek wordt gebruikt als openbaar toilet, bij de gemeente te melden. Bij ‘toeval’ deed ik dat toch. Met verrassend resultaat.

Dinsdag downloadde ik de appBuitenBeter’ op mijn mobieltje. Van een vriendin hoorde ik dat je verloedering van je woonomgeving nu met een druk op de knop bij de gemeente kon melden (naast BuitenBeter zijn er ook andere initiatieven, zoals ‘Verbeter de buurt’) en ik was benieuwd. Om het uit te proberen heb ik het wildplasprobleem in de app ingevoerd, mijn persoonlijke gegevens achtergelaten en ben gaan slapen. Eerlijk gezegd had ik geen hooggespannen verwachtingen, vooral niet omdat BuitenBeter meldde dat Arnhem nog niet direct was aangesloten op het platform.

De dag erna luisterde ik tijdens een pauze op het werk mijn voicemail af. Een vriendelijke man van “Handhaving” sprak een uitvoerig bericht in. Mijn melding was ontvangen en hij had de gebiedsagent gebeld. Die had hem gezegd dat de problematiek bekend was en dat er al extra aandacht voor was: als er “heterdaadjes urineren, dan is het flink kassa.” Ze zouden het nu zelfs nog wat meer prioriteit geven. Als klap op de vuurpijl liet de handhavingman weten dat hij de reinigingsdienst opdracht had gegeven  ons portiek eens grondig schoon te spuiten.

U begrijpt, deze handhavingsman kan bij mij even niet meer stuk. En de BuitenBeter app ook niet. Een mooi voorbeeld van hoe moderne communicatiemiddelen het contact met de overheid kunnen verbeteren. Ik word als burger snel en serieus geholpen en hou een goed gevoel over aan het contact met de gemeente. Bovendien draagt mijn melding uiteindelijk bij aan een schonere leefomgeving. Zo kunnen apps de buurt beter maken.

Dit weekend maar eens de stad door lopen met mijn mobieltje en BuitenBeter binnen handbereik. Benieuwd naar het aantal voicemails met handhavingsverrassingen.

Verscheen eerder op Arnhem Direct.

Sinterklaasverbod

De Verenigde Staten herbergen nogal wat vreemde wetten. In Natoma, Kansas (met een indrukwekkend inwonerstal van 335) is het verboden een mes te gooien naar iemand in een streepjeshemd. Klinkt zinnig. In Gurnee, Illinois is het voor vrouwen die meer dan honderd kilo wegen verboden paard te rijden in korte broek. Dat is gewoon gezond verstand. In Alaska is het schieten van beren toegestaan, maar het wakker maken van een beer om een foto te maken is verboden. In Tennessee is het verboden vissen te vangen met een lasso. Om niet te zeggen dat het me ook welhaast onmogelijk lijkt. In Logan County, Colorado is het –pech voor Doornroosje– voor een man verboden een slapende vrouw te kussen. En in Oklahoma kunnen mensen die rare gezichten trekken tegen honden gearresteerd worden. Only in America? Dichter bij huis dan, in Groot Britannië: als iemand op je deur klopt in Schotland en je toilet wil gebruiken, ben je verplicht deze persoon binnen te laten.

Nu is de bovenstaande bloemlezing van gekke wetten bijeengeraapt uit diverse ‘raar maar waar’-overzichtjes op het internet, dus neem het maar met een flinke korrel zout. Maar ook in Nederland zijn best wat obscure regels aan te wijzen, gewoon in het Wetboek van Strafrecht (WvSr). Wat voorbeelden…

Voor de Rijdende rechter fans: op het verplaatsen of vernielen van de erfafscheiding (art. 333 WvSr) staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar. Voor de stevige drinkers: op het in staat van dronkenschap belemmeren van het verkeer (art. 426 WvSr) staat een hechtenisstraf van 6 dagen (en voor de recidivist: twee weken). Mijn persoonlijke favoriet: de lange tenen van de Zwitsers. Het wapen van het Zwitserse Eedgenootschap gebruiken “onder omstandigheden die het Zwitserse nationale gevoel zouden kunnen krenken” is strafbaar gesteld in artikel 435d WvSr en goed voor hechtenis van ten hoogste een maand. Nog een exoot, maar goed om te weten: gedurende de maanden mei tot en met oktober is het verboden om je op een weiland te begeven, als dat is ingezaaid of beplant. Op straffe van een geldboete (art. 460 WvSr).

Maar het zijn de plaatselijke verordeningen die vaak nog het meest verbazen. Zie bijvoorbeeld artikel 5:38, eerste lid, van de APV van Deventer:

Het is verboden om:

a. op of aan de weg of zichtbaar vanaf de weg, in of op een voer- of vaartuig, geheel of gedeeltelijk vermomd of verkleed als Sinterklaas, op te treden of zich te bevinden;

b. te bevorderen, toe te staan of er gelegenheid toe te geven dat in strijd wordt gehandeld met het verbod vervat onder a van dit lid.

Only in America. En in Deventer.

Het zijn de kleine dingen die het doen in een stad

 (Gepubliceerd in: Dagblad De Gelderlander, zaterdag 16 april 2011)

Foto: Bas Boerman

Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet? Die overpeinzing bekroop me afgelopen winter bij de toestand van de roltrap bij station Arnhem. Die was vaker defect dan niet. Een grote ergernis voor veel reizigers, vooral voor wie slecht ter been was en zijn geluk moest beproeven op een besneeuwde trap. Veel verder dan klagen om een reparatie af te dwingen – de verantwoordelijkheid lag bij ProRail – kwam het Arnhemse college van burgemeester en wethouders niet. Daar was misschien meer daadkracht te verwachten. Bovendien was dit niet het enige teken van gebrek aan daadkracht het afgelopen jaar. Een doek over de steigers van de Eusebiuskerk liet lang op zich wachten, kwam pas in etappes en waaide los omdat het niet stevig genoeg vast zat. Verder is er leegstand op de Korenmarkt en wordt hevig gemopperd over gebrekkige voorzieningen in Schuytgraaf.

Maar eerlijk is eerlijk: mopperen zit ons Arnhemmers in het bloed. We klagen graag, ondanks onze warme gevoelens voor de stad. Het college heeft ook andere dingen aan het hoofd, zou je kunnen beargumenteren. Grote projecten bijvoorbeeld, zoals Arnhem Centraal en Rijnboog. In het Arnhems Lenteakkoord, de visie van dit college voor 2010-2014, kreeg ‘Grote Projecten’ een eigen paragraaf. Het college geeft toe: die projecten zijn zo groot dat de gemeente er ‘nauwelijks vat op’ heeft. Het akkoord zegt ook: ‘Ieder heeft recht op een woonomgeving waar hij of zij zich prettig voelt. Het moet schoon, heel en veilig zijn.’ Het college wil dat vooral samen met de bewoners doen. ‘Lippenstift voor de stad’ is daar een voorbeeld van. Petra Ligtenberg, één van de initiatiefnemers, noemde in deze krant Arnhem in potentie een creatieve en innovatieve stad, „maar als je er doorheen loopt, zie je dat niet”. Lippenstift voor de stad hekelt de braakliggende locaties en looft prijzen uit voor goede suggesties om ze op te vrolijken.

Zijn zulke initiatieven dan genoeg om Arnhemmers die beloofde veilige en prettige woonomgeving te bezorgen? Mijn stelling is dat het college op dat vlak wat beter zijn best mag doen. In 1982 formuleerden de Amerikaanse criminologen James Wilson en George Kelling de Broken Windows Theory. Deze kapotteruitentheorie houdt in dat mensen fysieke blijken van wanorde in een buurt, zoals gebroken ruiten, graffiti op muren en afval op straat, als een teken zien dat niemand de leiding heeft en dat alles kan. Een theorie die vooral een verklaring biedt voor de manier waarop criminaliteit zich verspreidt, maar ook één die iets zegt over vertrouwen in bestuurders.

De gemeente is er voor de burger. Voor ons. En natuurlijk leveren grote projecten onze stad veel op, meetbaar of niet. Maar Arnhemmers blijven niet eindeloos trots op hun stad vanwege prestigeprojecten. Ze willen ook trots zijn op hun buurt en op de uitstraling van de stad als je er door heen wandelt. De ‘kleine dingen’ voor het college, zoals een kapotte roltrap of een steigerdoek op de Eusebius, kunnen grote betekenis hebben voor de burger. Als de kleine dingen, de ‘gebroken ruiten’, goed worden aangepakt, heeft Arnhem vertrouwen in zijn college. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.’ Een tekst voor op een tegeltje, misschien, maar laat het college dat ter harte nemen.

Mark Lauriks is geboren en getogen Arnhemmer en draagt zijn stad een warm hart toe.

Geloof als Get Out Of Jail Free Card

In de Volkskrant van 7 maart jongstleden schreven Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn in hun opiniestuk over God en de staat dat “[d]e gelovige […] stelselmatig [wordt] voorgetrokken.” In het strafrecht is dat niet anders. Daar kan de gelovige zijn godsdienst soms inzetten als joker.

Het homostandpunt van sommige gelovigen in een notendop: heb uw naasten lief, maar niet te veel. En zeker niet als uw naaste van hetzelfde geslacht is als u. Moet kunnen, want geloof is toch ook maar een mening? Al kan een gebezigde mening in ons strafrecht een strafbaar feit opleveren. Wanneer een uiting iemands eer of goede naam aantast, kan dit worden gekwalificeerd als belediging. Als je een christen vanwege zijn geloof een dief noemt, bijvoorbeeld. Of een moslim ‘ziek’ omdat hij de islam aanhangt. Maar ben je gelovig? Dan kom je er mee weg. En ontloop je het strafmaximum van drie maanden cel. Geloof als get out of jail free card die je kan inzetten wanneer je iemand beledigt. Dat toont o.a. het Van Dijke-arrest (NJ 2001, 203) van de Hoge Raad aan:

De voor praktiserende homoseksuelen – op zichzelf beschouwd – kwetsende en/of grievende vergelijking met fraudeurs en dieven kan een beledigend karakter missen, indien die verwijzing naar fraude en diefstal dient ter aanduiding van de in de geloofsopvatting van de verdachte verankerde opvatting omtrent het evenzeer zondige karakter van een homoseksuele levenswijze.

De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat deze uitlatingen “kenbaar in direct verband stonden met de uiting van de geloofsopvatting van de verdachte en als zodanig voor hem van betekenis zijn in het maatschappelijk debat”. Ons hoogste rechtsprekende orgaan acht je belediging dus niet zo beledigend meer als je dat doet vanuit je geloof en als onderdeel van een ‘maatschappelijk debat’. Homo’s uitschelden als debatvorm.

Overigens lijkt me dat maatschappelijk debat nu zo’n beetje wel afgerond. Tussen 1730 en 1821 werden in Amsterdam nog honderden homo’s gespietst, opgehangen of levend verbrand. In 1911 werd de leeftijdsgrens voor strafbare homoseks tussen een meerderjarige en minderjarige gesteld op 21 jaar, waar die bij heteroseks op 16 jaar was gesteld. Het was pas in mei 1971 dat die strafbaarstelling, na een stevig maatschappelijk debat, door de toenmalige minister van justitie Polak voor homo’s werd gelijkgesteld met die voor hetero’s. Inmiddels toch al bijna 40 jaar geleden. Waar zou dat maatschappelijk debat nu nog over moeten gaan?

In een tijd waar het kennelijk nodig is om een speciale alarmlijn in het leven te roepen om te voorkomen dat het ene na het andere homokoppel uit z’n huis wordt gejaagd, doet de straffeloze godsdienstige belediging van homo’s vreemd aan. Sterker: het lijkt precies het verkeerde signaal. En als maar één van de deelnemers van een spel een joker mag inzetten, is er meestal niet veel aan. Zullen we dan maar eerlijk oversteken? Gelovigen houden hun get out of jail free card. En het naar verwachting in het najaar te behandelen voorstel over een einde van het verbod op godslastering van Van der Ham (D66) c.s. komt erdoor. Dan lopen niet-gelovigen hun achterstand weer een beetje in. Of gewoon een einde aan de strafbare belediging? Dat is pas een maatschappelijk debat.

Prime time

De snijdende spanning tussen de moeder van een onder verdachte omstandigheden gestorven jongetje en haar vriend. Een van de twee moest verantwoordelijk zijn voor de mishandeling van de peuter, maar wie praat het eerst?

Of de bijna komische situatie van de tweelingbroers met dezelfde voorletters die allebei verdachte zijn in verschillende strafzaken, maar waarvan het OM al 10 jaar denkt dat het dezelfde persoon is. En ze allebei op dezelfde tijd en plaats oproept, met een oplaaiende familieruzie tot resultaat.

Ik heb veel rechtszaken meegemaakt die zich prima leenden voor uitzending op prime time televisie. Toch gebeurt het maar zelden. Het proces tegen Geert Wilders is daarop een uitzondering, het gehele proces wordt integraal uitgezonden op TV. En dat is niet onopgemerkt gebleven. De één noemt het proces uit de hand gelopen zendtijd voor politieke partijen, de ander een politiek proces of zelfs een doelgerichte aanval op de vrije meningsuiting. Maar er is in ieder geval weer uitgebreid aandacht voor rechtspraak.

Niet iedereen is te spreken over dit inkijkje in de rechtszaal. NRC, in zijn commentaren vaker geen voorvechter van moderne communicatiemiddelen gebleken, merkt op dat het proces tegen Wilders aanvankelijk mede gestrand was doordat iedere handeling in de rechtszaal vele malen werd uitvergroot in ‘de media’. Bovendien waren de rechters ook in de sociale media ‘trending topic’ geworden. Daarop waren zij niet voorbereid en mede daarom zou de eerdere wraking in het proces hebben kunnen slagen. Mocht NRC de moeite gedaan hebben om het proces daadwerkelijk (live) te volgen, dan had het gezien dat het onhandige opereren van de voorzitter van de rechtbank en het slecht motiveren van een afwijzende beslissing de werkelijke reden waren voor het slagen van het wrakingsverzoek.

Ook vandaag was het #proceswilders een veelbesproken onderwerp op sociaal medium Twitter. Zoals te verwachten waren de reacties uiteenlopend. Zo had Ans1953 had het gevoel dat zij het proces “live […] beleefd” had, “oog in oog met onze blonde knuffelparlementarier” en schreef Hiram_nl dat hij hoopte op een vrijspraak van “de racistische ellendeling #Wilders”, zodat hij zelf ook zijn mening kon blijven geven. Sociale media als buurtkroeg. En dan niet exclusief voor borrelpraat of uitgesproken onderbuikgevoelens, maar ook voor oprechte discussies. Zelfs tussen mensen als Ans1953 en Hiram_nl, die elkaar in een echte buurtkroeg niet snel zouden tegenkomen.

In 2006 onderzocht strafrechtgeleerde Theo de Roos of de invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging gewenst was. Zijn eindoordeel luidde ontkennend. Wel signaleerde De Roos de positieve werking van meer transparantie in de rechtspraak op het vertrouwen in diezelfde rechtspraak. En dat vertrouwen kan best een opkikker gebruiken.

Daarom, beste rechters, luister voor de verandering eens niet naar NRC en omarm moderne communicatiemiddelen. Op naar een Nederlandse versie van ‘CourtTV’ en uitspraken op Rechtspraak.nl met een ‘tweet-knop’ en een ‘hashtag’. Gooi de deuren open waar dat kan en laat ons meekijken: #primetime!