Openbaar toilet


Ik ben ontzettend blij met ons appartementje in het centrum van de stad. Mooie locatie, mooi balkon. In het centrum van een van de mooiste steden van dit land. Maar soms, heel soms, ben ik ietsje minder blij. Dat zijn de ochtenden na stapavonden.

Op die avonden –of nachten meer– zoeken veel drinkebroers naar een plekje om hun blaas te ledigen van alcoholische versnaperingen, op weg naar huis na een bezoek aan het café. De portiek van ons appartementencomplex is daarvoor kennelijk uitermate geschikt, want elke vrijdag-, zaterdag- en zondagochtend tref ik bij onze voordeur de sporen aan van wat een urine-overstroming lijkt te zijn geweest. De ochtenden after the night before, niet de mooiste dagen om onze deur uit te stappen. Overigens zijn er ook stapavonden dat ik, niet vies van een cafébezoek op m’n tijd, de wildplasser(s) op heterdaad betrap. Dat blijven ongemakkelijke momenten, gesprekstechnisch vooral.

Nu schreef ik eerder eens ergens dat het de kleine dingen zijn die het doen in een stad. Op het oog kleine ongemakken kunnen je beeld van de leefbaarheid van een stad bepalen en de gemeente heeft daar een verantwoordelijkheid in. Toch was het me nog niet eerder te binnen geschoten dat ik het probleem dat onze portiek wordt gebruikt als openbaar toilet, bij de gemeente te melden. Bij ‘toeval’ deed ik dat toch. Met verrassend resultaat.

Dinsdag downloadde ik de appBuitenBeter’ op mijn mobieltje. Van een vriendin hoorde ik dat je verloedering van je woonomgeving nu met een druk op de knop bij de gemeente kon melden (naast BuitenBeter zijn er ook andere initiatieven, zoals ‘Verbeter de buurt’) en ik was benieuwd. Om het uit te proberen heb ik het wildplasprobleem in de app ingevoerd, mijn persoonlijke gegevens achtergelaten en ben gaan slapen. Eerlijk gezegd had ik geen hooggespannen verwachtingen, vooral niet omdat BuitenBeter meldde dat Arnhem nog niet direct was aangesloten op het platform.

De dag erna luisterde ik tijdens een pauze op het werk mijn voicemail af. Een vriendelijke man van “Handhaving” sprak een uitvoerig bericht in. Mijn melding was ontvangen en hij had de gebiedsagent gebeld. Die had hem gezegd dat de problematiek bekend was en dat er al extra aandacht voor was: als er “heterdaadjes urineren, dan is het flink kassa.” Ze zouden het nu zelfs nog wat meer prioriteit geven. Als klap op de vuurpijl liet de handhavingman weten dat hij de reinigingsdienst opdracht had gegeven  ons portiek eens grondig schoon te spuiten.

U begrijpt, deze handhavingsman kan bij mij even niet meer stuk. En de BuitenBeter app ook niet. Een mooi voorbeeld van hoe moderne communicatiemiddelen het contact met de overheid kunnen verbeteren. Ik word als burger snel en serieus geholpen en hou een goed gevoel over aan het contact met de gemeente. Bovendien draagt mijn melding uiteindelijk bij aan een schonere leefomgeving. Zo kunnen apps de buurt beter maken.

Dit weekend maar eens de stad door lopen met mijn mobieltje en BuitenBeter binnen handbereik. Benieuwd naar het aantal voicemails met handhavingsverrassingen.

Verscheen eerder op Arnhem Direct.

Advertenties

Het zijn de kleine dingen die het doen in een stad

 (Gepubliceerd in: Dagblad De Gelderlander, zaterdag 16 april 2011)

Foto: Bas Boerman

Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet? Die overpeinzing bekroop me afgelopen winter bij de toestand van de roltrap bij station Arnhem. Die was vaker defect dan niet. Een grote ergernis voor veel reizigers, vooral voor wie slecht ter been was en zijn geluk moest beproeven op een besneeuwde trap. Veel verder dan klagen om een reparatie af te dwingen – de verantwoordelijkheid lag bij ProRail – kwam het Arnhemse college van burgemeester en wethouders niet. Daar was misschien meer daadkracht te verwachten. Bovendien was dit niet het enige teken van gebrek aan daadkracht het afgelopen jaar. Een doek over de steigers van de Eusebiuskerk liet lang op zich wachten, kwam pas in etappes en waaide los omdat het niet stevig genoeg vast zat. Verder is er leegstand op de Korenmarkt en wordt hevig gemopperd over gebrekkige voorzieningen in Schuytgraaf.

Maar eerlijk is eerlijk: mopperen zit ons Arnhemmers in het bloed. We klagen graag, ondanks onze warme gevoelens voor de stad. Het college heeft ook andere dingen aan het hoofd, zou je kunnen beargumenteren. Grote projecten bijvoorbeeld, zoals Arnhem Centraal en Rijnboog. In het Arnhems Lenteakkoord, de visie van dit college voor 2010-2014, kreeg ‘Grote Projecten’ een eigen paragraaf. Het college geeft toe: die projecten zijn zo groot dat de gemeente er ‘nauwelijks vat op’ heeft. Het akkoord zegt ook: ‘Ieder heeft recht op een woonomgeving waar hij of zij zich prettig voelt. Het moet schoon, heel en veilig zijn.’ Het college wil dat vooral samen met de bewoners doen. ‘Lippenstift voor de stad’ is daar een voorbeeld van. Petra Ligtenberg, één van de initiatiefnemers, noemde in deze krant Arnhem in potentie een creatieve en innovatieve stad, „maar als je er doorheen loopt, zie je dat niet”. Lippenstift voor de stad hekelt de braakliggende locaties en looft prijzen uit voor goede suggesties om ze op te vrolijken.

Zijn zulke initiatieven dan genoeg om Arnhemmers die beloofde veilige en prettige woonomgeving te bezorgen? Mijn stelling is dat het college op dat vlak wat beter zijn best mag doen. In 1982 formuleerden de Amerikaanse criminologen James Wilson en George Kelling de Broken Windows Theory. Deze kapotteruitentheorie houdt in dat mensen fysieke blijken van wanorde in een buurt, zoals gebroken ruiten, graffiti op muren en afval op straat, als een teken zien dat niemand de leiding heeft en dat alles kan. Een theorie die vooral een verklaring biedt voor de manier waarop criminaliteit zich verspreidt, maar ook één die iets zegt over vertrouwen in bestuurders.

De gemeente is er voor de burger. Voor ons. En natuurlijk leveren grote projecten onze stad veel op, meetbaar of niet. Maar Arnhemmers blijven niet eindeloos trots op hun stad vanwege prestigeprojecten. Ze willen ook trots zijn op hun buurt en op de uitstraling van de stad als je er door heen wandelt. De ‘kleine dingen’ voor het college, zoals een kapotte roltrap of een steigerdoek op de Eusebius, kunnen grote betekenis hebben voor de burger. Als de kleine dingen, de ‘gebroken ruiten’, goed worden aangepakt, heeft Arnhem vertrouwen in zijn college. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.’ Een tekst voor op een tegeltje, misschien, maar laat het college dat ter harte nemen.

Mark Lauriks is geboren en getogen Arnhemmer en draagt zijn stad een warm hart toe.