Zoek het zelf maar uit


Onze verwachtingen van oom agent zijn enigszins ambivalent te noemen. Die ‘struikrovers’ (verkeersagenten) moeten het niet wagen om ons te flitsen als we te hard rijden. Maar we verwachten wel dat de politie komt opdagen als er onenigheid is over het invullen van de schadeformulieren na een botsing. Gelukkig kunnen we er meestal wel op vertrouwen dat de politie ingrijpt als er echt problemen zijn.

Niet zoals in het universum van The A-Team. In hun wereld zijn de politie en de overheid niet te vertrouwen en moeten burgers hun heil zoeken bij een groep vigilantes die gespecialiseerd is in verkleedpartijen en het in elkaar lassen van zelfverzonnen wapentuig. De burger moet voor z’n eigen veiligheid opkomen.

De huidige regering verwacht dat wij ook een steentje bijdragen aan onze veiligheid. Dat valt op te maken uit het regeerakkoord, waarin het recht op zelfverdediging een prominente plek heeft gekregen. Weinig nieuws ten opzichte van de bestaande noodweerbepalingen (jezelf verdedigen tegen een ‘ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding’ mocht al) maar het signaal is duidelijk: ingrijpen mag best.

Burgerparticipatie in de opsporing, ook een manier om je steentje bij te dragen. In 2008 stelde (nu vertrekkend) OM-topman Harm Brouwer dit al aan de orde.  De jurisprudentie biedt soms ook opvallend veel ruimte voor burgeropsporing. Zoals in een zaak waarin een creditcardmaatschappij op eigen houtje achter een stel fraudeurs aanging en zich schuldig bleek te hebben gemaakt aan uitlokking van diefstal (uit de brievenbussen van de fraudeurs) en het illegaal maken van geluidsopnames. Het in deze door burgers vergaarde bewijsmateriaal mocht, hoewel via strafbare handelingen verkregen, in een strafzaak gewoon worden gebruikt. Denk verder aan het verborgen camerawerk van Peter R. de Vries dat soms aan de wieg stond van een, al dan niet succesvol, strafrechtelijke onderzoek.

Maar niet alles mag: De Vries mocht zijn beelden van Koos H. niet uitzenden en Alberto Stegeman kreeg op zijn kop (met een aardige boete) omdat hij een wapenhandelaar in zijn huis filmde. Beide acties waren volgens de rechter niet noodzakelijk. Brouwer waarschuwde al voor een ‘amateurpolitiestaat’, een samenleving waarin de Maurice de Honden van deze wereld vrij spel hebben.

Een andere vorm van ‘participatie’ is klikken. Daar blijken wij, gezien het uitgebreide assortiment aan kliklijnen, vrij bedreven in te zijn. Begin dit jaar haalde het CDA nog een nieuwe variant van stal: een kliklijn voor het tegengaan van illegaal roken in café’s. Meld Misdaad Anoniem en de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) zijn nuttige ‘klik’-instrumenten en hebben menig groot (en klein) misdrijf aan de oppervlakte gebracht.

De realiteit is dat er steeds minder geld beschikbaar komt voor de politie en dat ze efficiënt met de schaarse middelen moet omgaan. Dan is het mogelijk dat we moeten accepteren dat de politie er niet in alle gevallen meer voor ons kan zijn. Een soort “vraag niet wat de overheid voor jou kan doen, maar wat jij voor de overheid kan doen” dus.

Wat doe jij? Klikken? Zoek jij uit in welke weekendtas je het best een camera kunt verstoppen? Of schilder je alvast wat rode strepen op een zwart bestelbusje?

Reaguurder

Een jongen die de keel van zijn vader doorsneed. Een stel waarvan één van hen hun peuter doodde. De tandarts die zijn eigen vinger afsneed om de verzekering te tillen. Miljoenenfraudes. Piramidespelen. Eerwraak. Opmerkelijk veel van de ruim 700 strafzaken waarbij ik professioneel betrokken ben geweest, zijn me bijgebleven. Sommige indrukwekkend door de omvang van het leed van een slachtoffer, sommige door de inkijk in het verwoeste leven van een verdachte. Vaak ook omdat er gewoonweg een ongelofelijk verhaal achter een zaak zat. Of omdat ik een verdachte (of cliënt) stiekem een sympathieke boef vond. Of een ontzettende schurk.

Het is niet heel vreemd dat strafzaken in je geheugen blijven hangen, want in het strafrecht gaat het niet om niks. De uitkomst van een strafzaak kan de rest van iemands leven bepalen. Of de reden van die strafzaak heeft dat al gedaan. En geen enkele strafzaak of verdachte is gelijk.

Toch lijkt het er soms op dat strafzaken inwisselbaar zijn. Elke verdachte is een monster en zijn advocaat geen haar beter. Althans, als je sommige kranten en sites moet geloven. En sommige reaguurders zijn onderhand verworden tot een karikatuur van zichzelf als het gaat om hun reacties op strafzaken. Tjalling van der Goot, advocaat van Robert M., werd onlangs geïnterviewd in de Spits. Op de Spits-site varieerden de reacties van voorstellen om de verdachte zonder proces voorgoed op te sluiten (of erger), tot het in twijfel trekken van de moraliteit van de raadsman. Terwijl een advocaat niet de daden van een verdachte, maar diens rechten verdedigd. Samenzweerderig werden er ook vraagtekens gezet bij het feit dat een verdachte als M. (werkzaam in de kinderopvang) zich zo’n dure advocaat kon veroorloven. Daar moest wel iets aan de hand zijn. Terwijl ook dure advocaten bijvoorbeeld best op toevoegingsbasis (‘pro deo’) kunnen werken.

Is dit dan een pleidooi voor nuance? Een moreel oordeel over die reaguurders die hun onderbuikgevoelens maar de vrije loop laten? Nee, dat niet. Want bij die 700+ strafzaken die ik noemde, zaten een hoop uitspraken waarbij ik dacht: “Wat een slappe hap.” Vooral in zedenzaken wordt er naar mijn smaak soms bedroevend laag gestraft. Bovendien heb ik best rechters meegemaakt die écht wel een beetje wereldvreemd waren. Maar de meeste zaken gaan uiteindelijk best goed. En het is maar goed dat ze er zijn –de niet wereldvreemde rechters dan- want als een dierbare van me het slachtoffer zou zijn van een ernstig misdrijf, denk ik dat misschien meer van de onderbuik dan de ratio mijn oordeel zou vormen. Een objectieve, onafhankelijke kijk dient dan de rechtstaat het meest.

Maar wat moeten we dan met die onderbuik? Misschien zou het goed zijn om emotionele reacties wat meer erkenning te geven. Zulke reacties, vanuit het hart, steeds maar belerend ‘onderbuik’ noemen en ze terzijde schuiven, doet ze geen recht. Van Rossem van Geenstijl merkte dat terecht op. Juist bij strafzaken, waarin soms gruwelijke daden het onderwerp zijn, zijn die emoties heel voorstelbaar. Maar wordt geen karikatuur. Grijsgedraaide platen vol clichés die druipen van onwetendheid hebben we al genoeg op het internet. Mijn pleidooi, if any, is daarom: lees eens wat verder dan de kop van een nieuwsbericht. Volg goede misdaadjournalisten op twitter, lees eens wat meer over strafrecht en ga naar een zitting. Goed geïnformeerde reaguurders, genuanceerd of bot, altijd +1.

Sinterklaasverbod

De Verenigde Staten herbergen nogal wat vreemde wetten. In Natoma, Kansas (met een indrukwekkend inwonerstal van 335) is het verboden een mes te gooien naar iemand in een streepjeshemd. Klinkt zinnig. In Gurnee, Illinois is het voor vrouwen die meer dan honderd kilo wegen verboden paard te rijden in korte broek. Dat is gewoon gezond verstand. In Alaska is het schieten van beren toegestaan, maar het wakker maken van een beer om een foto te maken is verboden. In Tennessee is het verboden vissen te vangen met een lasso. Om niet te zeggen dat het me ook welhaast onmogelijk lijkt. In Logan County, Colorado is het –pech voor Doornroosje– voor een man verboden een slapende vrouw te kussen. En in Oklahoma kunnen mensen die rare gezichten trekken tegen honden gearresteerd worden. Only in America? Dichter bij huis dan, in Groot Britannië: als iemand op je deur klopt in Schotland en je toilet wil gebruiken, ben je verplicht deze persoon binnen te laten.

Nu is de bovenstaande bloemlezing van gekke wetten bijeengeraapt uit diverse ‘raar maar waar’-overzichtjes op het internet, dus neem het maar met een flinke korrel zout. Maar ook in Nederland zijn best wat obscure regels aan te wijzen, gewoon in het Wetboek van Strafrecht (WvSr). Wat voorbeelden…

Voor de Rijdende rechter fans: op het verplaatsen of vernielen van de erfafscheiding (art. 333 WvSr) staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar. Voor de stevige drinkers: op het in staat van dronkenschap belemmeren van het verkeer (art. 426 WvSr) staat een hechtenisstraf van 6 dagen (en voor de recidivist: twee weken). Mijn persoonlijke favoriet: de lange tenen van de Zwitsers. Het wapen van het Zwitserse Eedgenootschap gebruiken “onder omstandigheden die het Zwitserse nationale gevoel zouden kunnen krenken” is strafbaar gesteld in artikel 435d WvSr en goed voor hechtenis van ten hoogste een maand. Nog een exoot, maar goed om te weten: gedurende de maanden mei tot en met oktober is het verboden om je op een weiland te begeven, als dat is ingezaaid of beplant. Op straffe van een geldboete (art. 460 WvSr).

Maar het zijn de plaatselijke verordeningen die vaak nog het meest verbazen. Zie bijvoorbeeld artikel 5:38, eerste lid, van de APV van Deventer:

Het is verboden om:

a. op of aan de weg of zichtbaar vanaf de weg, in of op een voer- of vaartuig, geheel of gedeeltelijk vermomd of verkleed als Sinterklaas, op te treden of zich te bevinden;

b. te bevorderen, toe te staan of er gelegenheid toe te geven dat in strijd wordt gehandeld met het verbod vervat onder a van dit lid.

Only in America. En in Deventer.

Geloof als Get Out Of Jail Free Card

In de Volkskrant van 7 maart jongstleden schreven Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn in hun opiniestuk over God en de staat dat “[d]e gelovige […] stelselmatig [wordt] voorgetrokken.” In het strafrecht is dat niet anders. Daar kan de gelovige zijn godsdienst soms inzetten als joker.

Het homostandpunt van sommige gelovigen in een notendop: heb uw naasten lief, maar niet te veel. En zeker niet als uw naaste van hetzelfde geslacht is als u. Moet kunnen, want geloof is toch ook maar een mening? Al kan een gebezigde mening in ons strafrecht een strafbaar feit opleveren. Wanneer een uiting iemands eer of goede naam aantast, kan dit worden gekwalificeerd als belediging. Als je een christen vanwege zijn geloof een dief noemt, bijvoorbeeld. Of een moslim ‘ziek’ omdat hij de islam aanhangt. Maar ben je gelovig? Dan kom je er mee weg. En ontloop je het strafmaximum van drie maanden cel. Geloof als get out of jail free card die je kan inzetten wanneer je iemand beledigt. Dat toont o.a. het Van Dijke-arrest (NJ 2001, 203) van de Hoge Raad aan:

De voor praktiserende homoseksuelen – op zichzelf beschouwd – kwetsende en/of grievende vergelijking met fraudeurs en dieven kan een beledigend karakter missen, indien die verwijzing naar fraude en diefstal dient ter aanduiding van de in de geloofsopvatting van de verdachte verankerde opvatting omtrent het evenzeer zondige karakter van een homoseksuele levenswijze.

De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat deze uitlatingen “kenbaar in direct verband stonden met de uiting van de geloofsopvatting van de verdachte en als zodanig voor hem van betekenis zijn in het maatschappelijk debat”. Ons hoogste rechtsprekende orgaan acht je belediging dus niet zo beledigend meer als je dat doet vanuit je geloof en als onderdeel van een ‘maatschappelijk debat’. Homo’s uitschelden als debatvorm.

Overigens lijkt me dat maatschappelijk debat nu zo’n beetje wel afgerond. Tussen 1730 en 1821 werden in Amsterdam nog honderden homo’s gespietst, opgehangen of levend verbrand. In 1911 werd de leeftijdsgrens voor strafbare homoseks tussen een meerderjarige en minderjarige gesteld op 21 jaar, waar die bij heteroseks op 16 jaar was gesteld. Het was pas in mei 1971 dat die strafbaarstelling, na een stevig maatschappelijk debat, door de toenmalige minister van justitie Polak voor homo’s werd gelijkgesteld met die voor hetero’s. Inmiddels toch al bijna 40 jaar geleden. Waar zou dat maatschappelijk debat nu nog over moeten gaan?

In een tijd waar het kennelijk nodig is om een speciale alarmlijn in het leven te roepen om te voorkomen dat het ene na het andere homokoppel uit z’n huis wordt gejaagd, doet de straffeloze godsdienstige belediging van homo’s vreemd aan. Sterker: het lijkt precies het verkeerde signaal. En als maar één van de deelnemers van een spel een joker mag inzetten, is er meestal niet veel aan. Zullen we dan maar eerlijk oversteken? Gelovigen houden hun get out of jail free card. En het naar verwachting in het najaar te behandelen voorstel over een einde van het verbod op godslastering van Van der Ham (D66) c.s. komt erdoor. Dan lopen niet-gelovigen hun achterstand weer een beetje in. Of gewoon een einde aan de strafbare belediging? Dat is pas een maatschappelijk debat.

Valentijn (II): blote/boze exen/buren

In het eerste deel van mijn Valentijnspecial over het onderscheid tussen onschuldige brievenschrijvers en stalkers kwam aan de orde welke soorten stalkers er zijn. In dit tweede en laatste deel: drie voorbeelden van belagingszaken uit de rechtspraak. Natuurlijk over seks, (mislukte) liefde en… buren.

Belaging
Stalking (juridisch: belaging) is strafbaar gesteld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht:

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

Voor een veroordeling voor belaging moet er dus sprake zijn van gedrag waardoor wederrechtelijk (zonder toestemming, in strijd met de wet) stelselmatig en opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Het gaat er daarbij om of het lastigvallen van een ander een zekere mate van indringendheid, duur en frequentie heeft. ‘Eventjes’ lastigvallen is geen stalking. En ‘legitiem lastigvallen’, zoals bijvoorbeeld een deurwaarder doet, is ook niet verboden.

Wat is dan wel verboden? Drie –huiselijke– praktijkvoorbeelden.

De nare ex-vrouw
Huwelijken, ze kunnen heel liefdevol zijn. Maar sommige huwelijken eindigen in ellende. Ruzies kunnen hoog oplopen. Een voorbeeld is een zaak waarbij duidelijk bleek dat een ex-echtgenote er, zeg maar, niet ‘samen uit wilde komen’. Deze mevrouw schreef haar ex-man zoete woordjes als: “stakker, je bent ziek in je lelijke hoofd, want lelijk ben je zeker,” en “als ik klaar ben met jou heb je niet veel meer.” En dat keer op keer. Per sms, per brief. In menig Hollywoodfilm zou dit misschien als payback voor een slecht huwelijk worden omschreven. De Nederlandse rechter (Hof Leeuwarden LJN: BO8209) vond de ex-echtgenote echter een stalker (geen stakker).

Bonje met de buren
Buren dan. Iedereen heeft weleens vervelende buren gehad, of kent iemand met dat probleem. In 2007 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak die draaide om “een eenvoudig burenconflictje,” aldus de verdachte. Wat heeft onze boze buurman eigenlijk allemaal gedaan? Uit de uitspraak blijkt dat hij zijn buurvrouw beledigd heeft en haar ‘het gevoel’ heeft gegeven dat hij op haar lette. Dagelijks bonkte en schold hij vanuit zijn eigen woning op de buurvrouw en haar gezin. Daarnaast heeft hij een bord in zijn tuin gezet met daarop de tekst “schoenen uit”, kennelijk bedoeld voor de buurvrouw. En hij schreef haar briefjes met ge- en verboden. Over het parkeren van de auto, het gebruik van de wc, het aantal bezoekers dat de buurvrouw mocht ontvangen. (Oh ja, hij had ook in zijn woning geboord waardoor er een gat is ontstaan in de badkamer van de buurvrouw. Dat is wel wat raar.) Een hele nare buurman, dus. En volgens de Hoge Raad ook een stalker (NJ 2007, 107).

Gluren naar de buren

Nog één in de categorie ‘gedoe met buren’. Stel, je hebt een hele knappe buurvrouw. Een die je bovendien ook niet lastigvalt met gebonk op de muren en brieven over wc-gebruik. En deze buurvrouw, mevrouw A., maakt er een gewoonte van seks te hebben in haar woonkamer, met de gordijnen open. Klinkt niet slecht, hoor ik je zeggen. Probeer de neiging om even naar binnen te gluren toch maar te bedwingen. Nou ja, even mag (van mij), maar misschien is tien keer in relatief korte tijd een wat minder goed idee. De rechter (Hof Arnhem, LJN: BD1241) is er namelijk niet zo van gecharmeerd. Sterker nog, hij vindt het stalking. Een verdachte die gedurende korte tijd zo’n zes à tien keer van buiten in de slechts gedeeltelijk afgeschermde woonkamer van mevrouw A. gluurde om haar te observeren bij “het (eventuele) vrijen met haar vriend,” maakte zich schuldig aan belaging. Dat de buurvrouw dat gluren helemaal niet doorhad (andere dingen aan haar hoofd, gok ik zo), maakte voor de rechter niet uit: het werd de verdachte zelfs aangerekend dat doordat hij zich voor mevrouw A. verschuilde, hij haar de mogelijkheid ontnam om er iets tegen te ondernemen en zij zo werd “gedwongen het begluren te dulden, doordat hij haar geen keuze liet zijn gedrag al dan niet te aanvaarden, maar haar zonder haar toestemming (indringend) observeerde.” Laat die zin even op je inwerken. En kijk daarna nooit meer dan één à twee, hooguit drie, keer naar knappe naakte buurvrouwen met de gordijnen open.

Advies
Verliefd? Ruzie? Met de buren? Met je geliefde? Vind je de buurvrouw erg knap? Heb je neigingen om mensen liefdesbrieven te sturen? Laat ik je dan één advies geven. Wat er ook (mis) is… maak het nou niet te bont. Of zorg in ieder geval dat er een mooi arrest uit voort komt.

Rest mij ten slotte nog je een fijne Valentijnsdag te wensen. Want liefde en lust zijn mooi. Ook al kan je er soms de bak voor indraaien.

Valentijn (I)

“We hebben allemaal gevoelens alleen die gevoelens mag ik niet bij jou uiten, volgens mij ben je het ook niet gewend, dat een man zijn gevoelens bij je uit.”

Dit is een van de vele romantische kattebelletjes die ‘X.’ naar zijn love interest stuurde. Een lange reeks van liefdesbrieven. Waaronder ook berichten met hele praktische aanwijzingen:

“Ik zou graag op korte termijn een afspraak met je willen maken om met zijn tweeën te gaan dineren, ik heb al een leuk restaurantje uitgekozen en wat mij een geschikte avond lijkt is zaterdag 21 april. Ik hoop dat je het ook een geschikte avond vind en dan kan ik je op komen halen. Als we volgende week even contact met elkaar zochten dan kunnen we een tijd afspreken, zelf denk ik aan 17.00 uur bij jouw thuis, dan haal ik je op.”

Maar van die date kwam het niet. En ‘X.’ kreeg niet de vrouw van zijn dromen, maar een gevangenisstraf.

Misschien waren de brieven iets . Ze waren in ieder geval niet bepaald origineel; ‘X.’ had wel wat beter zijn best kunnen doen. Of wellicht waren het de smsjes, de bezoekjes aan de deur, de bezoekjes aan de potentiële schoonmoeder, het plaatsen van haar gegevens op een seksdatingsite of het constant hinderlijk volgen van zijn droomvrouw dat hem de das omdeed.

Wie zal het zeggen?

Toegegeven, niet iedereen bezit het talent om een goede liefdesbrief te schrijven. Zo één die de zinnen prikkelt, maar niet ranzig wordt. Of wel natuurlijk, maar dan moet je het wel goed doen. Valentijnsdag is voor velen desondanks een reden om weer aan het schrijven te gaan, soms anoniem. Maar naast het gevaar van het ontvangen van een slecht geschreven liefdesbrief, levert Valentijnsdag een tweede, gevaarlijker risico op: het treffen van een stalker zoals ‘X.’

Vandaar een ‘klein educatief kader’ (naar de mensen toe) om je te helpen beslissen: onschuldige brievenschrijver… of stalker? Of: hoe herken je de belager onder je geheime aanbidders? Een blog in twee delen.

In dit eerste deel:

Welke soorten stalkers zijn er?

Mullen e.a. (1999) onderscheidden vijf categorieën stalkers:

Op 1. De afgewezen stalker (33 % van de stalkers) kan het einde van de relatie maar niet verkroppen. Deze jaloerse stalker is er alles aan gelegen om het contact met de ex-partner te onderhouden. Sommige afgewezen stalkers proberen zo hun relatie alsnog te herstellen, anderen zinnen op wraak. Vaak voorkomende psychiatrische diagnoses: afhankelijke, narcistische en paranoïde persoonlijkheidsstoornis en middelenmisbruik. Spannend: het risico op geweld is hoog.

2. De intimiteitzoekende stalker (ook 33 %) verlangt obsessioneel naar een liefdesrelatie. De meesten hebben echter nooit eerder een intieme relatie gehad en verkeren in een sociaal isolement. Een beetje een zielige groep, dus. Sommigen geven zich op voor Boer zoekt vrouw. Deze stalker is ervan overtuigd dat het slachtoffer verliefd is op hem/haar. Dat het tot een relatie komt is slechts een kwestie van volharding. ‘Uitdaging’: gerechtelijke stappen hebben geen gewenst effect bij deze groep.

De incompetente versierder (15 %), op 3, heeft de meest poëtische naam, maar wordt gekenmerkt door incompetente sociale vaardigheden. In tegenstelling tot de intimiteitzoekende stalker is dit type stalker er zich van bewust dat de liefde niet wederzijds is, maar dit is voor hem/haar geen reden om het stalken te beëindigen, een andere manier van ‘versieren’ kent deze stalker gewoonweg niet. Je zou het een nuchtere doorzetter kunnen noemen. Aanwezige psychiatrische stoornissen kunnen variëren van schizoïde of narcistische persoonlijkheidsstoornis tot schizofrenie.

Nummer 4 is de rancuneuze stalker (10 %) en koestert wraakgevoelens tegenover het slachtoffer omdat hij of zij de stalker (of zelfs: de maatschappij) schade heeft berokkend. Rancuneuze stalkers beschouwen zichzelf als slachtoffer en zijn op zoek naar rechtvaardiging voor het hen aangedane leed. Neigen naar complottheorieën en het vouwen van hoedjes van aluminiumfolie. Hoe verder het stalken gevorderd is, hoe moeilijker ze te stoppen zijn. Romantiek is er overigens niet echt bij.

De laatste en kleinste groep (5 %): de jagende stalker. Dit is de eindbaas van de stalkers. De jagende stalker is op zoek naar seksuele bevrediging. Dat is niet vreemd, zou je zeggen, maar het stalken van het slachtoffer (kennis of onbekende) op zich bezorgt deze dader al seksuele opwinding en prikkelt zijn fantasie. De jagende stalker is uitsluitend mannelijk en er bestaat een zeer grote kans op seksueel geweld.

Dringende noot van de auteur:
Herken je jezelf in één van deze profielen? SCHRIJF MIJ GEEN LIEFDESBRIEVEN.

Waarvoor dank.

Volgende keer, in deel 2…
‘Van boze buurmannen tot gefrustreerde exen: wanneer is er sprake van stalking? En waarom je in de gevangenis kan belanden als je de buurvrouw begluurt als ze in de woonkamer, met de gordijnen open, de liefde bedrijft (met de buurman).’

Prime time

De snijdende spanning tussen de moeder van een onder verdachte omstandigheden gestorven jongetje en haar vriend. Een van de twee moest verantwoordelijk zijn voor de mishandeling van de peuter, maar wie praat het eerst?

Of de bijna komische situatie van de tweelingbroers met dezelfde voorletters die allebei verdachte zijn in verschillende strafzaken, maar waarvan het OM al 10 jaar denkt dat het dezelfde persoon is. En ze allebei op dezelfde tijd en plaats oproept, met een oplaaiende familieruzie tot resultaat.

Ik heb veel rechtszaken meegemaakt die zich prima leenden voor uitzending op prime time televisie. Toch gebeurt het maar zelden. Het proces tegen Geert Wilders is daarop een uitzondering, het gehele proces wordt integraal uitgezonden op TV. En dat is niet onopgemerkt gebleven. De één noemt het proces uit de hand gelopen zendtijd voor politieke partijen, de ander een politiek proces of zelfs een doelgerichte aanval op de vrije meningsuiting. Maar er is in ieder geval weer uitgebreid aandacht voor rechtspraak.

Niet iedereen is te spreken over dit inkijkje in de rechtszaal. NRC, in zijn commentaren vaker geen voorvechter van moderne communicatiemiddelen gebleken, merkt op dat het proces tegen Wilders aanvankelijk mede gestrand was doordat iedere handeling in de rechtszaal vele malen werd uitvergroot in ‘de media’. Bovendien waren de rechters ook in de sociale media ‘trending topic’ geworden. Daarop waren zij niet voorbereid en mede daarom zou de eerdere wraking in het proces hebben kunnen slagen. Mocht NRC de moeite gedaan hebben om het proces daadwerkelijk (live) te volgen, dan had het gezien dat het onhandige opereren van de voorzitter van de rechtbank en het slecht motiveren van een afwijzende beslissing de werkelijke reden waren voor het slagen van het wrakingsverzoek.

Ook vandaag was het #proceswilders een veelbesproken onderwerp op sociaal medium Twitter. Zoals te verwachten waren de reacties uiteenlopend. Zo had Ans1953 had het gevoel dat zij het proces “live […] beleefd” had, “oog in oog met onze blonde knuffelparlementarier” en schreef Hiram_nl dat hij hoopte op een vrijspraak van “de racistische ellendeling #Wilders”, zodat hij zelf ook zijn mening kon blijven geven. Sociale media als buurtkroeg. En dan niet exclusief voor borrelpraat of uitgesproken onderbuikgevoelens, maar ook voor oprechte discussies. Zelfs tussen mensen als Ans1953 en Hiram_nl, die elkaar in een echte buurtkroeg niet snel zouden tegenkomen.

In 2006 onderzocht strafrechtgeleerde Theo de Roos of de invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging gewenst was. Zijn eindoordeel luidde ontkennend. Wel signaleerde De Roos de positieve werking van meer transparantie in de rechtspraak op het vertrouwen in diezelfde rechtspraak. En dat vertrouwen kan best een opkikker gebruiken.

Daarom, beste rechters, luister voor de verandering eens niet naar NRC en omarm moderne communicatiemiddelen. Op naar een Nederlandse versie van ‘CourtTV’ en uitspraken op Rechtspraak.nl met een ‘tweet-knop’ en een ‘hashtag’. Gooi de deuren open waar dat kan en laat ons meekijken: #primetime!

Vuile huichelaar

Er zijn een hoop goede redenen om een blog te schrijven. Je wil een statement maken over iets wat je na aan het hart gaat, of de lezer vermaken met een smakelijke anekdote. Blogs vol met goede bedoelingen. Maar soms wordt een leuk idee of briljante ingeving verdrongen door iets veel platters: ergernis. Grote ergernis.

En ik. Heb een bloedhekel. Aan Albert Verlinde. Met z’n roddels. En z’n lintje.

Een lintje is een koninklijke onderscheiding: een symbolische erkenning voor persoonlijke, bijzondere verdiensten voor de samenleving. Je moet dan denken aan mannen met snorren die al 40 jaar vrijwilliger zijn bij de plaatselijke harmonie, hardwerkende vrijwilligers, maar soms ook aan ‘Bekende Nederlanders’. In 2010 behaagde het de Koningin om Albert Verlinde een lintje te laten opspelden. Voor zijn persoonlijke, bijzondere (ahum) verdiensten (kuch) voor de samenleving (proest).

“Nu gun ik Verlinde dat lintje best,” zou een prima, sociaal wenselijk antwoord zijn. Maar je hebt zoiets als huis-tuin-en-keuken hypocrisie, dan komt Pontius Pilatus en daarna heb je Albert Verlinde.

In 2009 kreeg Verlinde het eerste ‘Gouden Oor’ uitgereikt van Sophie Hilbrand en Filemon Wesselink, namens BNN, omdat Verlinde “zijn oor altijd zo goed te luister legde.” Later bleek de prijs, met grote trots door Verlinde in ontvangst genomen, niet alleen mooi op de schoorsteenmantel te staan, maar nam hij ook geluidsfragmenten op. Verlinde en echtgenoot werden afgeluisterd. Toen dit bekend werd, reageerde Verlinde woedend. En emotioneel. In een radio-interview op Radio 538 zei hij: “Hoe kunnen Sophie en Filemon dit ook doen? Ik snap dit echt niet.” Verlinde bekende er wakker van te liggen. Erger nog. Verlinde tegen Giel Beelen: “Sorry, ik voel me echt een slachtoffer. Ik voel me aangerand. Volgens de Grondwet mag dit niet!”

Tja, de Grondwet. Wat Verlinde even vergat, is dat hij zich beriep op het (grondwettelijk) recht op privacy – een groot goed. Maar waar was Verlinde, hoeder van onze grondrechten, toen het televisieprogramma RTL Boulevard de onrechtmatig verkregen beveiligingscamerabeelden van een zoenend stel (“WesYo”) in een parkeergarage uitzond? Of toen dat programma de heimelijk opgenomen vreemdgang van Georgina Verbaan op de beeldbuis bracht? En toen de presentator van dat programma de pas gescheiden Mariska Hulscher een “hoer” noemde, waar was Albert Verlinde -voorvechter van onze fundamentele mensenrechten en hoeder van alle fatsoen- toen?

U weet best waar Verlinde toen was.

Na aangifte van Verlinde tegen Hilbrand en Wesselink bood het Openbaar Ministerie (OM) de twee een transactie aan om strafvervolging te voorkomen. BNN werd niet vervolgd. Voor Verlinde was dit niet genoeg. Hij maakte gebruik van de “artikel 12-procedure”, die het mogelijk maakt om bij het Gerechtshof te klagen over het niet-vervolgen door het OM. Dezelfde procedure als in de zaak tegen Wilders, of recenter, in de zaak van het homostel dat uit hun huis in Utrecht werd gejaagd en het OM zag beslissen om niet te vervolgen. Een mogelijkheid dus, om in zwaarwegende gevallen tóch vervolging af te dwingen. Daar maakte Verlinde gebruik van en, zo werd dit weekend bekend, kreeg zijn zin. Z’n goed recht ook, je moet voor je rechten opkomen als je het gevoel hebt dat je belangen onvoldoende door de overheid worden beschermd. Maar de dubbele maat van Verlinde siert hem niet.

Voordat de majesteit dit jaar begint aan haar ‘lintjesoverpeinzingen’,  zou ik haar graag de een suggestie willen doen: geef Aad Klaris (1939) een lintje. Deze Nederlandse muzikant schreef niet alleen een groot gedeelte van de muziek voor mijn favoriete jeugdserie Bassie en Adriaan, maar was ook verantwoordelijk voor menig Top-40 hit van de jaren ’70 tot eind jaren ’80. Bovendien is Klaris een Moerdijker. Die mensen hebben het verdiend. En zijn allergrootste hit, geschreven voor Renée de Haan, kent iedereen. Zingt u maar mee, speciaal voor Albert: “Vuuuui-le huichelaar…”

Naschrift: misschien is Albert Verlinde wel een hele aardige man.

Boze droom: rechters en het internet

Ik ben een vaste slaper. Ik zou graag denken dat dit vaste slapen in de familie zit. Mijn vader slaapt in ieder geval ook erg vast, dus mijn voorlopige conclusie is dat ik stam uit een geslacht van vastslapers. Vannacht schrok ik echter wakker. Van een boze droom. In die droom zat ik vast in een verhoorkamer, achter een kaal bureau, of laten we zeggen een tafel – daar wil ik vanaf zijn. Twee dienders verhoorden mij over iets dat zij een riet-wiet noemden. Een ‘valse’ nog wel. Op twitter hadden ze zoiets geconstateerd. Ik kreeg het de agenten niet uitgelegd dat het satire was. En wat dat nou allemaal was, zo’n valse ‘riet-wiet’. Smaad, belediging, valsheid in geschrifte: “een ernstige zaak,” zeiden ze. Een hoge boete, misschien wel een gevangenisstraf, daar moest ik aan denken. Gelukkig was het slechts een droom. In het echt zou zoiets niet gebeuren. En mocht het onverhoopt tóch voorkomen, dan zou een wijze rechter de zaak zo naar de prullenbak verwijzen.

Of toch niet? De afgelopen pak ‘m beet twee jaar deden een aantal internetgerelateerde ontwikkelingen in de opsporing en rechtspraak mijn wenkbrauwen danig fronsen. Mijn droom over tweetgedrag komt niet zomaar uit de lucht vallen: opiniemaker Bert Brussen stelde een bedreiging aan het adres van Geert Wilders op twitter aan de kaak, maar moest het bekopen met een verhoor op het politiebureau. Niet de bedreiger, maar hij was de verdachte. Het is nog niet bekend of de zaak zal worden doorgezet, maar van een sepot is nog geen sprake. Er is dus een gerede kans dat een rechter zich over de zaak mag buigen. Kan Brussen dan op de expertise van de rechter rekenen? Ik ben bang van niet.

De beperkte kennis van sommige rechters over het internet blijkt onder andere uit een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag uit 2009 waarin het hof het aantal hits op google als uitgangspunt nam om vast te stellen of een bepaald feit algemeen bekend is of niet. Letterlijk: [v]oorts heeft het hof vernomen dat het “googelen” van de afkorting “A.C.A.B.” in combinatie met “cop” een veelvoud (circa 190.000) aan treffers van internetsites geeft die verwijzen naar de betekenis “All Cops Are Bastards”. Dit aantal, 190.000 hits, vond het hof voldoende substantieel om van een ‘feit van algemene betekenis’ te spreken. Met die denktrant is ook het feit dat buitenaardse wezens bestaan juridisch gezien een feit: de zoekterm ‘aliens bestaan’ levert 304.000 hits op.

Het voorgaande voorbeeld kan nog onschuldig genoemd worden. Het gebrek aan echte kennis over het internet en aanverwante technologie heeft ook een groot negatief effect op strafzaken die in de samenleving voor veel beroering zorgen: kinderpornozaken. Aan de lopende band worden er nog verdachten vrijgesproken van het bezit van (grote hoeveelheden) kinderporno omdat zij het verweer voeren dat hun kinderen verantwoordelijk waren voor het plaatsen van het materiaal, de porno per ongeluk op hun computer terecht kwam of dat een ‘hacker’ het plaatste. Internetexperts kunnen iets zeggen over de aannemelijkheid van deze verweren. Zoals het feit dat je voor kinderporno op het web doorgaans geld moet betalen en gecompliceerde versleutelingsprocessen moet begrijpen. Dat een klein kind met een simpele klik duizenden bestanden binnenhaalt is niet heel aannemelijk. Toch slikt menig rechter dit voor zoete koek.

Zijn rechters dan gewoon oud en ouderwets? Met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar zijn rechters betrekkelijk jong, vooral gelet op hun collega’s in de VS en Groot Brittannië. Het zal ook niet zo zijn dat alle rechters geen ene donder begrijpen van het internet. Maar ze zijn er wel, de mastodonten. Een paar jaar terug, ik was toen griffier, moest ik een rechter nog de finesses van de ‘rechtermuisklik’ uitleggen. Dat soort rechters bestaan nog steeds. Wat eraan te doen? Geduld hebben. Maar vooral: geen noobs op zaken zetten die internetgerelateerd zijn. Hoe het onderscheid te maken? Wellicht kan je ze vragen of ze weten wat noobs zijn. Tot de tijd dat de rechtspraak dat door heeft, heb ik zo nu en dan nog een boze droom.