Even de Belgen een handje helpen…


Nederland, 17 juni 2011

Betreft: mijn selectie voor het Belgisch nationaal elftal (bij u ook bekend als De Rode Duivels)

Geachte heer Leekens, beste Georges,

Omdat ik niet zeker weet of het nieuws u in België (reeds) bereikt heeft, stuur ik u deze brief. Het zit zo, op 10 maart jongstleden nam ik officieel afscheid van het Nederlands elftal. Ik heb ‘bedankt’ zoals ze dat in Nederland zeggen. Weliswaar heb ik nog nooit een interland gespeeld voor Oranje (zo noemen we hier het Nederlands elftal), maar dat lag niet aan mij. De bereidheid is er altijd geweest. Het ligt aan Bert. Enfin, ik laat het rusten, want nu ik dit schrijf word ik emotioneel en om heel eerlijk te zijn, wil ik die hele episode graag achter me laten.

Het begon allemaal zo veelbelovend. Deed ik in het begin van ‘de jeugd’ vooral mee voor spek en bonen, schopte ik het bij de A-junioren eindelijk in een heus selectie-elftal. Promoveerde uiteindelijk zelfs naar de  hoofdklasse en werd dit seizoen (inmiddels al een tijdje in de senioren) ongeslagen kampioen. Maar Bert was in geen velden of wegen te bekennen. Amai, nu begin ik er toch over. Laat ik dan zeggen waar het me echt om gaat.

Ik heb ZEER goed nieuws: ik ben 1/8 Belg. De vader van mijn opa aan vaders kant, kwam uit België. Dus ik neem aan dat ik gewoon speelgerechtigd ben voor dat clubje van u. Ik heb die wedstrijd tegen Turkije gezien, laatst, en ik denk dat jullie een luie spits annex rechtsback goed kunnen gebruiken. En de afstand tussen Brussel en Arnhem is 166 kilometer, dat is best te doen. Verder heb ik het idee dat ik prima in de groep pas. Zo vind ik het ook altijd erg lastig om te onthouden dat de kapper van Samson niet meneer Spaghetti, maar Albertoooooo heet. En als de bel het niet doet, ben ik niet te beroerd om te kloppen. Bovendien hoeft u zich geen zorgen te maken dat ik qua in-tel-li-gen-tie niet helemaal aansluit bij de andere jongens: soms maak ik ’s avonds laat het koffiezetapparaat alvast gereed voor de volgende ochtend en druk dan per ongeluk op de aan-knop. Dit overkomt me eigenlijk best vaak.

Graag speel ik met nummer 2. Ik heb mijn eigen voetbalschoenen. Het genoegen is geheel wederzijds.

Met vriendelijke groet,

Mark Lauriks

P.S. Om mijn goede wil te tonen richting de Walen (ik begreep dat er wat spanning is?) heb ik deze brief eveneens vertaald in het Frans: Je suis Mark Marc. Je voudrais le jouer en ton team de foot, s’il vous plait. Bien? (Misschien klopt het niet helemaal, mijn Frans is nogal roestig, maar ik ben bereid dit bij te spijkeren!)

Kans op Belgische kwalificatie voor het EK nog niet verkeken.

Advertenties

Reaguurder

Een jongen die de keel van zijn vader doorsneed. Een stel waarvan één van hen hun peuter doodde. De tandarts die zijn eigen vinger afsneed om de verzekering te tillen. Miljoenenfraudes. Piramidespelen. Eerwraak. Opmerkelijk veel van de ruim 700 strafzaken waarbij ik professioneel betrokken ben geweest, zijn me bijgebleven. Sommige indrukwekkend door de omvang van het leed van een slachtoffer, sommige door de inkijk in het verwoeste leven van een verdachte. Vaak ook omdat er gewoonweg een ongelofelijk verhaal achter een zaak zat. Of omdat ik een verdachte (of cliënt) stiekem een sympathieke boef vond. Of een ontzettende schurk.

Het is niet heel vreemd dat strafzaken in je geheugen blijven hangen, want in het strafrecht gaat het niet om niks. De uitkomst van een strafzaak kan de rest van iemands leven bepalen. Of de reden van die strafzaak heeft dat al gedaan. En geen enkele strafzaak of verdachte is gelijk.

Toch lijkt het er soms op dat strafzaken inwisselbaar zijn. Elke verdachte is een monster en zijn advocaat geen haar beter. Althans, als je sommige kranten en sites moet geloven. En sommige reaguurders zijn onderhand verworden tot een karikatuur van zichzelf als het gaat om hun reacties op strafzaken. Tjalling van der Goot, advocaat van Robert M., werd onlangs geïnterviewd in de Spits. Op de Spits-site varieerden de reacties van voorstellen om de verdachte zonder proces voorgoed op te sluiten (of erger), tot het in twijfel trekken van de moraliteit van de raadsman. Terwijl een advocaat niet de daden van een verdachte, maar diens rechten verdedigd. Samenzweerderig werden er ook vraagtekens gezet bij het feit dat een verdachte als M. (werkzaam in de kinderopvang) zich zo’n dure advocaat kon veroorloven. Daar moest wel iets aan de hand zijn. Terwijl ook dure advocaten bijvoorbeeld best op toevoegingsbasis (‘pro deo’) kunnen werken.

Is dit dan een pleidooi voor nuance? Een moreel oordeel over die reaguurders die hun onderbuikgevoelens maar de vrije loop laten? Nee, dat niet. Want bij die 700+ strafzaken die ik noemde, zaten een hoop uitspraken waarbij ik dacht: “Wat een slappe hap.” Vooral in zedenzaken wordt er naar mijn smaak soms bedroevend laag gestraft. Bovendien heb ik best rechters meegemaakt die écht wel een beetje wereldvreemd waren. Maar de meeste zaken gaan uiteindelijk best goed. En het is maar goed dat ze er zijn –de niet wereldvreemde rechters dan- want als een dierbare van me het slachtoffer zou zijn van een ernstig misdrijf, denk ik dat misschien meer van de onderbuik dan de ratio mijn oordeel zou vormen. Een objectieve, onafhankelijke kijk dient dan de rechtstaat het meest.

Maar wat moeten we dan met die onderbuik? Misschien zou het goed zijn om emotionele reacties wat meer erkenning te geven. Zulke reacties, vanuit het hart, steeds maar belerend ‘onderbuik’ noemen en ze terzijde schuiven, doet ze geen recht. Van Rossem van Geenstijl merkte dat terecht op. Juist bij strafzaken, waarin soms gruwelijke daden het onderwerp zijn, zijn die emoties heel voorstelbaar. Maar wordt geen karikatuur. Grijsgedraaide platen vol clichés die druipen van onwetendheid hebben we al genoeg op het internet. Mijn pleidooi, if any, is daarom: lees eens wat verder dan de kop van een nieuwsbericht. Volg goede misdaadjournalisten op twitter, lees eens wat meer over strafrecht en ga naar een zitting. Goed geïnformeerde reaguurders, genuanceerd of bot, altijd +1.

Openbaar toilet


Ik ben ontzettend blij met ons appartementje in het centrum van de stad. Mooie locatie, mooi balkon. In het centrum van een van de mooiste steden van dit land. Maar soms, heel soms, ben ik ietsje minder blij. Dat zijn de ochtenden na stapavonden.

Op die avonden –of nachten meer– zoeken veel drinkebroers naar een plekje om hun blaas te ledigen van alcoholische versnaperingen, op weg naar huis na een bezoek aan het café. De portiek van ons appartementencomplex is daarvoor kennelijk uitermate geschikt, want elke vrijdag-, zaterdag- en zondagochtend tref ik bij onze voordeur de sporen aan van wat een urine-overstroming lijkt te zijn geweest. De ochtenden after the night before, niet de mooiste dagen om onze deur uit te stappen. Overigens zijn er ook stapavonden dat ik, niet vies van een cafébezoek op m’n tijd, de wildplasser(s) op heterdaad betrap. Dat blijven ongemakkelijke momenten, gesprekstechnisch vooral.

Nu schreef ik eerder eens ergens dat het de kleine dingen zijn die het doen in een stad. Op het oog kleine ongemakken kunnen je beeld van de leefbaarheid van een stad bepalen en de gemeente heeft daar een verantwoordelijkheid in. Toch was het me nog niet eerder te binnen geschoten dat ik het probleem dat onze portiek wordt gebruikt als openbaar toilet, bij de gemeente te melden. Bij ‘toeval’ deed ik dat toch. Met verrassend resultaat.

Dinsdag downloadde ik de appBuitenBeter’ op mijn mobieltje. Van een vriendin hoorde ik dat je verloedering van je woonomgeving nu met een druk op de knop bij de gemeente kon melden (naast BuitenBeter zijn er ook andere initiatieven, zoals ‘Verbeter de buurt’) en ik was benieuwd. Om het uit te proberen heb ik het wildplasprobleem in de app ingevoerd, mijn persoonlijke gegevens achtergelaten en ben gaan slapen. Eerlijk gezegd had ik geen hooggespannen verwachtingen, vooral niet omdat BuitenBeter meldde dat Arnhem nog niet direct was aangesloten op het platform.

De dag erna luisterde ik tijdens een pauze op het werk mijn voicemail af. Een vriendelijke man van “Handhaving” sprak een uitvoerig bericht in. Mijn melding was ontvangen en hij had de gebiedsagent gebeld. Die had hem gezegd dat de problematiek bekend was en dat er al extra aandacht voor was: als er “heterdaadjes urineren, dan is het flink kassa.” Ze zouden het nu zelfs nog wat meer prioriteit geven. Als klap op de vuurpijl liet de handhavingman weten dat hij de reinigingsdienst opdracht had gegeven  ons portiek eens grondig schoon te spuiten.

U begrijpt, deze handhavingsman kan bij mij even niet meer stuk. En de BuitenBeter app ook niet. Een mooi voorbeeld van hoe moderne communicatiemiddelen het contact met de overheid kunnen verbeteren. Ik word als burger snel en serieus geholpen en hou een goed gevoel over aan het contact met de gemeente. Bovendien draagt mijn melding uiteindelijk bij aan een schonere leefomgeving. Zo kunnen apps de buurt beter maken.

Dit weekend maar eens de stad door lopen met mijn mobieltje en BuitenBeter binnen handbereik. Benieuwd naar het aantal voicemails met handhavingsverrassingen.

Verscheen eerder op Arnhem Direct.

Sinterklaasverbod

De Verenigde Staten herbergen nogal wat vreemde wetten. In Natoma, Kansas (met een indrukwekkend inwonerstal van 335) is het verboden een mes te gooien naar iemand in een streepjeshemd. Klinkt zinnig. In Gurnee, Illinois is het voor vrouwen die meer dan honderd kilo wegen verboden paard te rijden in korte broek. Dat is gewoon gezond verstand. In Alaska is het schieten van beren toegestaan, maar het wakker maken van een beer om een foto te maken is verboden. In Tennessee is het verboden vissen te vangen met een lasso. Om niet te zeggen dat het me ook welhaast onmogelijk lijkt. In Logan County, Colorado is het –pech voor Doornroosje– voor een man verboden een slapende vrouw te kussen. En in Oklahoma kunnen mensen die rare gezichten trekken tegen honden gearresteerd worden. Only in America? Dichter bij huis dan, in Groot Britannië: als iemand op je deur klopt in Schotland en je toilet wil gebruiken, ben je verplicht deze persoon binnen te laten.

Nu is de bovenstaande bloemlezing van gekke wetten bijeengeraapt uit diverse ‘raar maar waar’-overzichtjes op het internet, dus neem het maar met een flinke korrel zout. Maar ook in Nederland zijn best wat obscure regels aan te wijzen, gewoon in het Wetboek van Strafrecht (WvSr). Wat voorbeelden…

Voor de Rijdende rechter fans: op het verplaatsen of vernielen van de erfafscheiding (art. 333 WvSr) staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar. Voor de stevige drinkers: op het in staat van dronkenschap belemmeren van het verkeer (art. 426 WvSr) staat een hechtenisstraf van 6 dagen (en voor de recidivist: twee weken). Mijn persoonlijke favoriet: de lange tenen van de Zwitsers. Het wapen van het Zwitserse Eedgenootschap gebruiken “onder omstandigheden die het Zwitserse nationale gevoel zouden kunnen krenken” is strafbaar gesteld in artikel 435d WvSr en goed voor hechtenis van ten hoogste een maand. Nog een exoot, maar goed om te weten: gedurende de maanden mei tot en met oktober is het verboden om je op een weiland te begeven, als dat is ingezaaid of beplant. Op straffe van een geldboete (art. 460 WvSr).

Maar het zijn de plaatselijke verordeningen die vaak nog het meest verbazen. Zie bijvoorbeeld artikel 5:38, eerste lid, van de APV van Deventer:

Het is verboden om:

a. op of aan de weg of zichtbaar vanaf de weg, in of op een voer- of vaartuig, geheel of gedeeltelijk vermomd of verkleed als Sinterklaas, op te treden of zich te bevinden;

b. te bevorderen, toe te staan of er gelegenheid toe te geven dat in strijd wordt gehandeld met het verbod vervat onder a van dit lid.

Only in America. En in Deventer.

Het zijn de kleine dingen die het doen in een stad

 (Gepubliceerd in: Dagblad De Gelderlander, zaterdag 16 april 2011)

Foto: Bas Boerman

Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet? Die overpeinzing bekroop me afgelopen winter bij de toestand van de roltrap bij station Arnhem. Die was vaker defect dan niet. Een grote ergernis voor veel reizigers, vooral voor wie slecht ter been was en zijn geluk moest beproeven op een besneeuwde trap. Veel verder dan klagen om een reparatie af te dwingen – de verantwoordelijkheid lag bij ProRail – kwam het Arnhemse college van burgemeester en wethouders niet. Daar was misschien meer daadkracht te verwachten. Bovendien was dit niet het enige teken van gebrek aan daadkracht het afgelopen jaar. Een doek over de steigers van de Eusebiuskerk liet lang op zich wachten, kwam pas in etappes en waaide los omdat het niet stevig genoeg vast zat. Verder is er leegstand op de Korenmarkt en wordt hevig gemopperd over gebrekkige voorzieningen in Schuytgraaf.

Maar eerlijk is eerlijk: mopperen zit ons Arnhemmers in het bloed. We klagen graag, ondanks onze warme gevoelens voor de stad. Het college heeft ook andere dingen aan het hoofd, zou je kunnen beargumenteren. Grote projecten bijvoorbeeld, zoals Arnhem Centraal en Rijnboog. In het Arnhems Lenteakkoord, de visie van dit college voor 2010-2014, kreeg ‘Grote Projecten’ een eigen paragraaf. Het college geeft toe: die projecten zijn zo groot dat de gemeente er ‘nauwelijks vat op’ heeft. Het akkoord zegt ook: ‘Ieder heeft recht op een woonomgeving waar hij of zij zich prettig voelt. Het moet schoon, heel en veilig zijn.’ Het college wil dat vooral samen met de bewoners doen. ‘Lippenstift voor de stad’ is daar een voorbeeld van. Petra Ligtenberg, één van de initiatiefnemers, noemde in deze krant Arnhem in potentie een creatieve en innovatieve stad, „maar als je er doorheen loopt, zie je dat niet”. Lippenstift voor de stad hekelt de braakliggende locaties en looft prijzen uit voor goede suggesties om ze op te vrolijken.

Zijn zulke initiatieven dan genoeg om Arnhemmers die beloofde veilige en prettige woonomgeving te bezorgen? Mijn stelling is dat het college op dat vlak wat beter zijn best mag doen. In 1982 formuleerden de Amerikaanse criminologen James Wilson en George Kelling de Broken Windows Theory. Deze kapotteruitentheorie houdt in dat mensen fysieke blijken van wanorde in een buurt, zoals gebroken ruiten, graffiti op muren en afval op straat, als een teken zien dat niemand de leiding heeft en dat alles kan. Een theorie die vooral een verklaring biedt voor de manier waarop criminaliteit zich verspreidt, maar ook één die iets zegt over vertrouwen in bestuurders.

De gemeente is er voor de burger. Voor ons. En natuurlijk leveren grote projecten onze stad veel op, meetbaar of niet. Maar Arnhemmers blijven niet eindeloos trots op hun stad vanwege prestigeprojecten. Ze willen ook trots zijn op hun buurt en op de uitstraling van de stad als je er door heen wandelt. De ‘kleine dingen’ voor het college, zoals een kapotte roltrap of een steigerdoek op de Eusebius, kunnen grote betekenis hebben voor de burger. Als de kleine dingen, de ‘gebroken ruiten’, goed worden aangepakt, heeft Arnhem vertrouwen in zijn college. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.’ Een tekst voor op een tegeltje, misschien, maar laat het college dat ter harte nemen.

Mark Lauriks is geboren en getogen Arnhemmer en draagt zijn stad een warm hart toe.

BREKEND: Mark Lauriks bedankt voor het Nederlands Elftal

Geachte heer Van Marwijk, beste Bert,

Als afscheid ‘mourir un peu’ is, wat is dan afscheid nemen van iets dat nooit geweest is? Toch op z’n minst een beetje schijndood. Want daar gaat deze brief over, Bert: de (schijn)dood van iets moois. Vandaag, 10 maart 2011, heb ik besloten officieel te bedanken voor het Nederlands Elftal. Ik ben niet meer beschikbaar. Je hoeft me niet meer op te roepen. En dat schrijf ik toch met een zekere weemoed, Bert.

Het begon allemaal zo veelbelovend. Deed ik in het begin van ‘de jeugd’ vooral mee voor spek en bonen, schopte ik het bij de A-junioren eindelijk in een heus selectie-elftal. Maar waar was je toen ik kampioen werd en naar de hoofdklasse promoveerde, Bert? Toen was Louis van Gaal bondscoach? Nou vooruit. Maar het punt is: op het toppen van mijn kunnen werd ik nooit geselecteerd. En dat terwijl ik er zoveel voor over heb gehad. Gele en rode kaarten, een gebroken hand. Een gebroken oogkas zelfs, Bert. Maar kennelijk waren er steeds ‘beteren’ op mijn positie: niet al te aanvallende rechtsback die tevens als spits kan fungeren. Enfin, het zij zo.

Nu ben ik 29. Een moment om je voetbalcarrière nog eens te overdenken. Van jaren eerste klasse te hebben gespeeld, nu derde klasse. Dit jaar worden we kampioen, misschien wel ongeslagen. Maar ook nu kwam er geen uitnodiging, Bert. Oké, ik speelde nog bijna geen wedstrijd en ik heb niet zoveel tijd om te trainen, maar toch: welke speler is er beter op mijn positie? “Een heleboel”? Dat is ook maar een mening, Bert. Je hebt me toch een beetje in de steek gelaten.

Maar laat ik positief afsluiten. Nu ik officieel bedank, is de weg vrij voor jong talent. Want daar moet het toch om gaan, uiteindelijk. Het gaat niet om mij. Ik richt me wel weer op mijn cluppie.

Ik wens je veel goeds, Bert. Ook jij bedankt.

Op donderdag 10 maart 2011 bedankte Mark Lauriks officieel voor het Nederlands Elftal.

Geloof als Get Out Of Jail Free Card

In de Volkskrant van 7 maart jongstleden schreven Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn in hun opiniestuk over God en de staat dat “[d]e gelovige […] stelselmatig [wordt] voorgetrokken.” In het strafrecht is dat niet anders. Daar kan de gelovige zijn godsdienst soms inzetten als joker.

Het homostandpunt van sommige gelovigen in een notendop: heb uw naasten lief, maar niet te veel. En zeker niet als uw naaste van hetzelfde geslacht is als u. Moet kunnen, want geloof is toch ook maar een mening? Al kan een gebezigde mening in ons strafrecht een strafbaar feit opleveren. Wanneer een uiting iemands eer of goede naam aantast, kan dit worden gekwalificeerd als belediging. Als je een christen vanwege zijn geloof een dief noemt, bijvoorbeeld. Of een moslim ‘ziek’ omdat hij de islam aanhangt. Maar ben je gelovig? Dan kom je er mee weg. En ontloop je het strafmaximum van drie maanden cel. Geloof als get out of jail free card die je kan inzetten wanneer je iemand beledigt. Dat toont o.a. het Van Dijke-arrest (NJ 2001, 203) van de Hoge Raad aan:

De voor praktiserende homoseksuelen – op zichzelf beschouwd – kwetsende en/of grievende vergelijking met fraudeurs en dieven kan een beledigend karakter missen, indien die verwijzing naar fraude en diefstal dient ter aanduiding van de in de geloofsopvatting van de verdachte verankerde opvatting omtrent het evenzeer zondige karakter van een homoseksuele levenswijze.

De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat deze uitlatingen “kenbaar in direct verband stonden met de uiting van de geloofsopvatting van de verdachte en als zodanig voor hem van betekenis zijn in het maatschappelijk debat”. Ons hoogste rechtsprekende orgaan acht je belediging dus niet zo beledigend meer als je dat doet vanuit je geloof en als onderdeel van een ‘maatschappelijk debat’. Homo’s uitschelden als debatvorm.

Overigens lijkt me dat maatschappelijk debat nu zo’n beetje wel afgerond. Tussen 1730 en 1821 werden in Amsterdam nog honderden homo’s gespietst, opgehangen of levend verbrand. In 1911 werd de leeftijdsgrens voor strafbare homoseks tussen een meerderjarige en minderjarige gesteld op 21 jaar, waar die bij heteroseks op 16 jaar was gesteld. Het was pas in mei 1971 dat die strafbaarstelling, na een stevig maatschappelijk debat, door de toenmalige minister van justitie Polak voor homo’s werd gelijkgesteld met die voor hetero’s. Inmiddels toch al bijna 40 jaar geleden. Waar zou dat maatschappelijk debat nu nog over moeten gaan?

In een tijd waar het kennelijk nodig is om een speciale alarmlijn in het leven te roepen om te voorkomen dat het ene na het andere homokoppel uit z’n huis wordt gejaagd, doet de straffeloze godsdienstige belediging van homo’s vreemd aan. Sterker: het lijkt precies het verkeerde signaal. En als maar één van de deelnemers van een spel een joker mag inzetten, is er meestal niet veel aan. Zullen we dan maar eerlijk oversteken? Gelovigen houden hun get out of jail free card. En het naar verwachting in het najaar te behandelen voorstel over een einde van het verbod op godslastering van Van der Ham (D66) c.s. komt erdoor. Dan lopen niet-gelovigen hun achterstand weer een beetje in. Of gewoon een einde aan de strafbare belediging? Dat is pas een maatschappelijk debat.

Valentijn (II): blote/boze exen/buren

In het eerste deel van mijn Valentijnspecial over het onderscheid tussen onschuldige brievenschrijvers en stalkers kwam aan de orde welke soorten stalkers er zijn. In dit tweede en laatste deel: drie voorbeelden van belagingszaken uit de rechtspraak. Natuurlijk over seks, (mislukte) liefde en… buren.

Belaging
Stalking (juridisch: belaging) is strafbaar gesteld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht:

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

Voor een veroordeling voor belaging moet er dus sprake zijn van gedrag waardoor wederrechtelijk (zonder toestemming, in strijd met de wet) stelselmatig en opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Het gaat er daarbij om of het lastigvallen van een ander een zekere mate van indringendheid, duur en frequentie heeft. ‘Eventjes’ lastigvallen is geen stalking. En ‘legitiem lastigvallen’, zoals bijvoorbeeld een deurwaarder doet, is ook niet verboden.

Wat is dan wel verboden? Drie –huiselijke– praktijkvoorbeelden.

De nare ex-vrouw
Huwelijken, ze kunnen heel liefdevol zijn. Maar sommige huwelijken eindigen in ellende. Ruzies kunnen hoog oplopen. Een voorbeeld is een zaak waarbij duidelijk bleek dat een ex-echtgenote er, zeg maar, niet ‘samen uit wilde komen’. Deze mevrouw schreef haar ex-man zoete woordjes als: “stakker, je bent ziek in je lelijke hoofd, want lelijk ben je zeker,” en “als ik klaar ben met jou heb je niet veel meer.” En dat keer op keer. Per sms, per brief. In menig Hollywoodfilm zou dit misschien als payback voor een slecht huwelijk worden omschreven. De Nederlandse rechter (Hof Leeuwarden LJN: BO8209) vond de ex-echtgenote echter een stalker (geen stakker).

Bonje met de buren
Buren dan. Iedereen heeft weleens vervelende buren gehad, of kent iemand met dat probleem. In 2007 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak die draaide om “een eenvoudig burenconflictje,” aldus de verdachte. Wat heeft onze boze buurman eigenlijk allemaal gedaan? Uit de uitspraak blijkt dat hij zijn buurvrouw beledigd heeft en haar ‘het gevoel’ heeft gegeven dat hij op haar lette. Dagelijks bonkte en schold hij vanuit zijn eigen woning op de buurvrouw en haar gezin. Daarnaast heeft hij een bord in zijn tuin gezet met daarop de tekst “schoenen uit”, kennelijk bedoeld voor de buurvrouw. En hij schreef haar briefjes met ge- en verboden. Over het parkeren van de auto, het gebruik van de wc, het aantal bezoekers dat de buurvrouw mocht ontvangen. (Oh ja, hij had ook in zijn woning geboord waardoor er een gat is ontstaan in de badkamer van de buurvrouw. Dat is wel wat raar.) Een hele nare buurman, dus. En volgens de Hoge Raad ook een stalker (NJ 2007, 107).

Gluren naar de buren

Nog één in de categorie ‘gedoe met buren’. Stel, je hebt een hele knappe buurvrouw. Een die je bovendien ook niet lastigvalt met gebonk op de muren en brieven over wc-gebruik. En deze buurvrouw, mevrouw A., maakt er een gewoonte van seks te hebben in haar woonkamer, met de gordijnen open. Klinkt niet slecht, hoor ik je zeggen. Probeer de neiging om even naar binnen te gluren toch maar te bedwingen. Nou ja, even mag (van mij), maar misschien is tien keer in relatief korte tijd een wat minder goed idee. De rechter (Hof Arnhem, LJN: BD1241) is er namelijk niet zo van gecharmeerd. Sterker nog, hij vindt het stalking. Een verdachte die gedurende korte tijd zo’n zes à tien keer van buiten in de slechts gedeeltelijk afgeschermde woonkamer van mevrouw A. gluurde om haar te observeren bij “het (eventuele) vrijen met haar vriend,” maakte zich schuldig aan belaging. Dat de buurvrouw dat gluren helemaal niet doorhad (andere dingen aan haar hoofd, gok ik zo), maakte voor de rechter niet uit: het werd de verdachte zelfs aangerekend dat doordat hij zich voor mevrouw A. verschuilde, hij haar de mogelijkheid ontnam om er iets tegen te ondernemen en zij zo werd “gedwongen het begluren te dulden, doordat hij haar geen keuze liet zijn gedrag al dan niet te aanvaarden, maar haar zonder haar toestemming (indringend) observeerde.” Laat die zin even op je inwerken. En kijk daarna nooit meer dan één à twee, hooguit drie, keer naar knappe naakte buurvrouwen met de gordijnen open.

Advies
Verliefd? Ruzie? Met de buren? Met je geliefde? Vind je de buurvrouw erg knap? Heb je neigingen om mensen liefdesbrieven te sturen? Laat ik je dan één advies geven. Wat er ook (mis) is… maak het nou niet te bont. Of zorg in ieder geval dat er een mooi arrest uit voort komt.

Rest mij ten slotte nog je een fijne Valentijnsdag te wensen. Want liefde en lust zijn mooi. Ook al kan je er soms de bak voor indraaien.

Valentijn (I)

“We hebben allemaal gevoelens alleen die gevoelens mag ik niet bij jou uiten, volgens mij ben je het ook niet gewend, dat een man zijn gevoelens bij je uit.”

Dit is een van de vele romantische kattebelletjes die ‘X.’ naar zijn love interest stuurde. Een lange reeks van liefdesbrieven. Waaronder ook berichten met hele praktische aanwijzingen:

“Ik zou graag op korte termijn een afspraak met je willen maken om met zijn tweeën te gaan dineren, ik heb al een leuk restaurantje uitgekozen en wat mij een geschikte avond lijkt is zaterdag 21 april. Ik hoop dat je het ook een geschikte avond vind en dan kan ik je op komen halen. Als we volgende week even contact met elkaar zochten dan kunnen we een tijd afspreken, zelf denk ik aan 17.00 uur bij jouw thuis, dan haal ik je op.”

Maar van die date kwam het niet. En ‘X.’ kreeg niet de vrouw van zijn dromen, maar een gevangenisstraf.

Misschien waren de brieven iets . Ze waren in ieder geval niet bepaald origineel; ‘X.’ had wel wat beter zijn best kunnen doen. Of wellicht waren het de smsjes, de bezoekjes aan de deur, de bezoekjes aan de potentiële schoonmoeder, het plaatsen van haar gegevens op een seksdatingsite of het constant hinderlijk volgen van zijn droomvrouw dat hem de das omdeed.

Wie zal het zeggen?

Toegegeven, niet iedereen bezit het talent om een goede liefdesbrief te schrijven. Zo één die de zinnen prikkelt, maar niet ranzig wordt. Of wel natuurlijk, maar dan moet je het wel goed doen. Valentijnsdag is voor velen desondanks een reden om weer aan het schrijven te gaan, soms anoniem. Maar naast het gevaar van het ontvangen van een slecht geschreven liefdesbrief, levert Valentijnsdag een tweede, gevaarlijker risico op: het treffen van een stalker zoals ‘X.’

Vandaar een ‘klein educatief kader’ (naar de mensen toe) om je te helpen beslissen: onschuldige brievenschrijver… of stalker? Of: hoe herken je de belager onder je geheime aanbidders? Een blog in twee delen.

In dit eerste deel:

Welke soorten stalkers zijn er?

Mullen e.a. (1999) onderscheidden vijf categorieën stalkers:

Op 1. De afgewezen stalker (33 % van de stalkers) kan het einde van de relatie maar niet verkroppen. Deze jaloerse stalker is er alles aan gelegen om het contact met de ex-partner te onderhouden. Sommige afgewezen stalkers proberen zo hun relatie alsnog te herstellen, anderen zinnen op wraak. Vaak voorkomende psychiatrische diagnoses: afhankelijke, narcistische en paranoïde persoonlijkheidsstoornis en middelenmisbruik. Spannend: het risico op geweld is hoog.

2. De intimiteitzoekende stalker (ook 33 %) verlangt obsessioneel naar een liefdesrelatie. De meesten hebben echter nooit eerder een intieme relatie gehad en verkeren in een sociaal isolement. Een beetje een zielige groep, dus. Sommigen geven zich op voor Boer zoekt vrouw. Deze stalker is ervan overtuigd dat het slachtoffer verliefd is op hem/haar. Dat het tot een relatie komt is slechts een kwestie van volharding. ‘Uitdaging’: gerechtelijke stappen hebben geen gewenst effect bij deze groep.

De incompetente versierder (15 %), op 3, heeft de meest poëtische naam, maar wordt gekenmerkt door incompetente sociale vaardigheden. In tegenstelling tot de intimiteitzoekende stalker is dit type stalker er zich van bewust dat de liefde niet wederzijds is, maar dit is voor hem/haar geen reden om het stalken te beëindigen, een andere manier van ‘versieren’ kent deze stalker gewoonweg niet. Je zou het een nuchtere doorzetter kunnen noemen. Aanwezige psychiatrische stoornissen kunnen variëren van schizoïde of narcistische persoonlijkheidsstoornis tot schizofrenie.

Nummer 4 is de rancuneuze stalker (10 %) en koestert wraakgevoelens tegenover het slachtoffer omdat hij of zij de stalker (of zelfs: de maatschappij) schade heeft berokkend. Rancuneuze stalkers beschouwen zichzelf als slachtoffer en zijn op zoek naar rechtvaardiging voor het hen aangedane leed. Neigen naar complottheorieën en het vouwen van hoedjes van aluminiumfolie. Hoe verder het stalken gevorderd is, hoe moeilijker ze te stoppen zijn. Romantiek is er overigens niet echt bij.

De laatste en kleinste groep (5 %): de jagende stalker. Dit is de eindbaas van de stalkers. De jagende stalker is op zoek naar seksuele bevrediging. Dat is niet vreemd, zou je zeggen, maar het stalken van het slachtoffer (kennis of onbekende) op zich bezorgt deze dader al seksuele opwinding en prikkelt zijn fantasie. De jagende stalker is uitsluitend mannelijk en er bestaat een zeer grote kans op seksueel geweld.

Dringende noot van de auteur:
Herken je jezelf in één van deze profielen? SCHRIJF MIJ GEEN LIEFDESBRIEVEN.

Waarvoor dank.

Volgende keer, in deel 2…
‘Van boze buurmannen tot gefrustreerde exen: wanneer is er sprake van stalking? En waarom je in de gevangenis kan belanden als je de buurvrouw begluurt als ze in de woonkamer, met de gordijnen open, de liefde bedrijft (met de buurman).’

Prime time

De snijdende spanning tussen de moeder van een onder verdachte omstandigheden gestorven jongetje en haar vriend. Een van de twee moest verantwoordelijk zijn voor de mishandeling van de peuter, maar wie praat het eerst?

Of de bijna komische situatie van de tweelingbroers met dezelfde voorletters die allebei verdachte zijn in verschillende strafzaken, maar waarvan het OM al 10 jaar denkt dat het dezelfde persoon is. En ze allebei op dezelfde tijd en plaats oproept, met een oplaaiende familieruzie tot resultaat.

Ik heb veel rechtszaken meegemaakt die zich prima leenden voor uitzending op prime time televisie. Toch gebeurt het maar zelden. Het proces tegen Geert Wilders is daarop een uitzondering, het gehele proces wordt integraal uitgezonden op TV. En dat is niet onopgemerkt gebleven. De één noemt het proces uit de hand gelopen zendtijd voor politieke partijen, de ander een politiek proces of zelfs een doelgerichte aanval op de vrije meningsuiting. Maar er is in ieder geval weer uitgebreid aandacht voor rechtspraak.

Niet iedereen is te spreken over dit inkijkje in de rechtszaal. NRC, in zijn commentaren vaker geen voorvechter van moderne communicatiemiddelen gebleken, merkt op dat het proces tegen Wilders aanvankelijk mede gestrand was doordat iedere handeling in de rechtszaal vele malen werd uitvergroot in ‘de media’. Bovendien waren de rechters ook in de sociale media ‘trending topic’ geworden. Daarop waren zij niet voorbereid en mede daarom zou de eerdere wraking in het proces hebben kunnen slagen. Mocht NRC de moeite gedaan hebben om het proces daadwerkelijk (live) te volgen, dan had het gezien dat het onhandige opereren van de voorzitter van de rechtbank en het slecht motiveren van een afwijzende beslissing de werkelijke reden waren voor het slagen van het wrakingsverzoek.

Ook vandaag was het #proceswilders een veelbesproken onderwerp op sociaal medium Twitter. Zoals te verwachten waren de reacties uiteenlopend. Zo had Ans1953 had het gevoel dat zij het proces “live […] beleefd” had, “oog in oog met onze blonde knuffelparlementarier” en schreef Hiram_nl dat hij hoopte op een vrijspraak van “de racistische ellendeling #Wilders”, zodat hij zelf ook zijn mening kon blijven geven. Sociale media als buurtkroeg. En dan niet exclusief voor borrelpraat of uitgesproken onderbuikgevoelens, maar ook voor oprechte discussies. Zelfs tussen mensen als Ans1953 en Hiram_nl, die elkaar in een echte buurtkroeg niet snel zouden tegenkomen.

In 2006 onderzocht strafrechtgeleerde Theo de Roos of de invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging gewenst was. Zijn eindoordeel luidde ontkennend. Wel signaleerde De Roos de positieve werking van meer transparantie in de rechtspraak op het vertrouwen in diezelfde rechtspraak. En dat vertrouwen kan best een opkikker gebruiken.

Daarom, beste rechters, luister voor de verandering eens niet naar NRC en omarm moderne communicatiemiddelen. Op naar een Nederlandse versie van ‘CourtTV’ en uitspraken op Rechtspraak.nl met een ‘tweet-knop’ en een ‘hashtag’. Gooi de deuren open waar dat kan en laat ons meekijken: #primetime!