‘Als je idealen hebt, moet je van de zijlijn stappen en iets doen’

Dit interview verscheen op 14 april 2012 in De Gelderlander.


Mark Lauriks werd in maart gekozen als voorzitter van de afdeling Arnhem van de Partij van de Arbeid. Hij nam de plek in van Paul Stein. Diens uitlatingen tijdens een nieuwjaarstoespraak over – toen nog– Job Cohen vielen zo slecht bij het bestuur dat hij de eer aan zichzelf hield.

Ook u keek op toen Stein juist op dat moment over Cohen begon.
“Klopt. Maar van mij had Paul niet weggehoeven. Hij koos daar zelf voor. Ik vind het ook zonde dat Cohen weg is. Nu is al met al van een nieuwe situatie sprake. Paul blijft overigens wel actief voor de partij. We hebben ook regelmatig contact met elkaar.”

Afdelingsvoorzitter worden bij de PvdA: wat bezielt u om bij zo’n zieltogende partij de kar te trekken?
“Drie weken geleden was er een soort afscheidsceremonie in de Balie in Amsterdam, waarbij de klassieke middenpartijen CDA en PvdA symbolisch ten grave zijn gedragen. Tsja, de partij wordt door sommige mensen afgeschreven. En het is de PvdA ook niet altijd goed gegaan. Maar ik ben iemand die zich druk maakt over dingen. Bijvoorbeeld dat mensen het niet allemaal even makkelijk hebben. Vooral de VVD maakt me boos met de manier waarop ze over die mensen spreekt. Dan kun je hard tegen de tv schreeuwen –wat ik ook wel doe–, maar als je je écht druk maakt, als je idealen hebt, moet je van de zijlijn afstappen en iets doen. De PvdA is voor mij de club waarbinnen je samen iets kunt doen aan de ellende die je om je heen ziet.”

Wat zijn die idealen?
“Ik ging vroeger met mijn oma naar een kerk waar een nogal links georiënteerde dominee sprak. Die liet beelden zien van de Chinese opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Voor hem een voorbeeld dat mensen moeten opstaan voor eerlijkheid wanneer die door de overheid te grabbel wordt gegooid. En dat wij verplicht zijn na de denken over hoe we onze samenleving inrichten en hoe je er voor zorgt dat je eerlijker deelt. Met de nadruk op samen.
Mijn vader komt uit een gezin van elf. Toen hij in dienst ging, kwam hij er voor het eerst achter dat niet iedereen links is. Er waren jongens met heel andere denkbeelden.
Maar ze waren niet onaardig. Dat had ik ook bij ESA, waar ik al twintig jaar voetbal. Dan moet je wel eens wat uitleggen. Je moet júist met andersdenkenden praten, omdat je daar het meest van leert.”

Hoe ziet uw ideale Arnhem eruit?
“Als een stad waar de kloof tussen arm en rijk is verkleind. In Arnhem is die kloof het grootst van het land, op die in Den Haag na en ik ben bang dat die onoverbrugbaar raakt. Arnhem heeft een paar van de armste wijken van het land. Dat raakt aan een van de kernidealen, dat iedereen gelijke kansen moet krijgen. We hebben nu een echt VVD-bestuurscollege in de stad. Iedereen maakt zich in deze tijd zorgen over zijn baan, maar bij dit college is de basishouding efficiency. Dat zag je bij de discussie over de vuilnismannen ten tijde van de aanbesteding van de afvalinzameling, je zag het bij het personeel van de Rijnhal en je ziet het bij de discussie over de ID-banen. Wij hebben een ID’er die veel klust bij onze voetbalclub, dan maak je van dichtbij mee wat die onzekerheid betekent.”

Wat kán Arnhem anders? Er moeten miljoenen worden bezuinigd. Het rijk stort minder in de gemeentekas.
“De begroting moet sluitend zijn, maar je moet wel kijken hoe het op de best mogelijke manier kan. Je moet besturen met een warm hart en een gezond verstand – en het mag van mij wel wat warmer dan de VVD doet.”

In Arnhem heeft de ooit machtige PvdA aan gezag verloren, onder meer door vast te houden aan de haven in Rijnboog. Hoe zorgt u er voor dat de PvdA meer invloed krijgt?
“Door de afdeling sterk te laten opereren. Ik wil dat er over twee jaar geen Arnhemmer is die zegt dat je de PvdA alleen in verkiezingstijd ziet. We gaan van deur tot deur om te vragen wat de mensen goed vinden aan hun stad of wat er mis is. De PvdA moet bij uitstek weten wat er in de wijken speelt. We gaan ook meer aandacht geven aan ons ombudsteam, dat al twee jaar mensen helpt die zijn verdwaald in de bureaucratie.”

U zat in het campagneteam van Diederik Samsom, de nieuwe PvdA-fractieleider in de Tweede Kamer. Bent u de Samsom van Arnhem?
“Hij is een andere politicus, maar ook een voorbeeld. Ik heb met eigen ogen gezien dat hij 24 uur per dag bezig is om via de partij zijn ideaal van een betere samenleving te realiseren. Hij is bevlogen. Dat ben ik ook, ja. Dingen raken me. Ik ben niet onverschillig. Als ik de VVD mag geloven, leven we in een tijd van ieder voor zich. Dat weiger ik te geloven. Mensen die het moeilijk hebben en die het nóg moeilijker krijgen, daar wordt de stad niet beter van. Het zijn bijvoorbeeld zonde zijn als we in Arnhem de weg loslaten die we met de krachtwijkenaanpak waren ingeslagen. Gemeenschapszin, zoals in Klarendal, daar moeten we het van hebben.”

Door John Bruinsma

Advertenties

Het zijn de kleine dingen die het doen in een stad

 (Gepubliceerd in: Dagblad De Gelderlander, zaterdag 16 april 2011)

Foto: Bas Boerman

Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet? Die overpeinzing bekroop me afgelopen winter bij de toestand van de roltrap bij station Arnhem. Die was vaker defect dan niet. Een grote ergernis voor veel reizigers, vooral voor wie slecht ter been was en zijn geluk moest beproeven op een besneeuwde trap. Veel verder dan klagen om een reparatie af te dwingen – de verantwoordelijkheid lag bij ProRail – kwam het Arnhemse college van burgemeester en wethouders niet. Daar was misschien meer daadkracht te verwachten. Bovendien was dit niet het enige teken van gebrek aan daadkracht het afgelopen jaar. Een doek over de steigers van de Eusebiuskerk liet lang op zich wachten, kwam pas in etappes en waaide los omdat het niet stevig genoeg vast zat. Verder is er leegstand op de Korenmarkt en wordt hevig gemopperd over gebrekkige voorzieningen in Schuytgraaf.

Maar eerlijk is eerlijk: mopperen zit ons Arnhemmers in het bloed. We klagen graag, ondanks onze warme gevoelens voor de stad. Het college heeft ook andere dingen aan het hoofd, zou je kunnen beargumenteren. Grote projecten bijvoorbeeld, zoals Arnhem Centraal en Rijnboog. In het Arnhems Lenteakkoord, de visie van dit college voor 2010-2014, kreeg ‘Grote Projecten’ een eigen paragraaf. Het college geeft toe: die projecten zijn zo groot dat de gemeente er ‘nauwelijks vat op’ heeft. Het akkoord zegt ook: ‘Ieder heeft recht op een woonomgeving waar hij of zij zich prettig voelt. Het moet schoon, heel en veilig zijn.’ Het college wil dat vooral samen met de bewoners doen. ‘Lippenstift voor de stad’ is daar een voorbeeld van. Petra Ligtenberg, één van de initiatiefnemers, noemde in deze krant Arnhem in potentie een creatieve en innovatieve stad, „maar als je er doorheen loopt, zie je dat niet”. Lippenstift voor de stad hekelt de braakliggende locaties en looft prijzen uit voor goede suggesties om ze op te vrolijken.

Zijn zulke initiatieven dan genoeg om Arnhemmers die beloofde veilige en prettige woonomgeving te bezorgen? Mijn stelling is dat het college op dat vlak wat beter zijn best mag doen. In 1982 formuleerden de Amerikaanse criminologen James Wilson en George Kelling de Broken Windows Theory. Deze kapotteruitentheorie houdt in dat mensen fysieke blijken van wanorde in een buurt, zoals gebroken ruiten, graffiti op muren en afval op straat, als een teken zien dat niemand de leiding heeft en dat alles kan. Een theorie die vooral een verklaring biedt voor de manier waarop criminaliteit zich verspreidt, maar ook één die iets zegt over vertrouwen in bestuurders.

De gemeente is er voor de burger. Voor ons. En natuurlijk leveren grote projecten onze stad veel op, meetbaar of niet. Maar Arnhemmers blijven niet eindeloos trots op hun stad vanwege prestigeprojecten. Ze willen ook trots zijn op hun buurt en op de uitstraling van de stad als je er door heen wandelt. De ‘kleine dingen’ voor het college, zoals een kapotte roltrap of een steigerdoek op de Eusebius, kunnen grote betekenis hebben voor de burger. Als de kleine dingen, de ‘gebroken ruiten’, goed worden aangepakt, heeft Arnhem vertrouwen in zijn college. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.’ Een tekst voor op een tegeltje, misschien, maar laat het college dat ter harte nemen.

Mark Lauriks is geboren en getogen Arnhemmer en draagt zijn stad een warm hart toe.