Geloof als Get Out Of Jail Free Card

In de Volkskrant van 7 maart jongstleden schreven Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn in hun opiniestuk over God en de staat dat “[d]e gelovige […] stelselmatig [wordt] voorgetrokken.” In het strafrecht is dat niet anders. Daar kan de gelovige zijn godsdienst soms inzetten als joker.

Het homostandpunt van sommige gelovigen in een notendop: heb uw naasten lief, maar niet te veel. En zeker niet als uw naaste van hetzelfde geslacht is als u. Moet kunnen, want geloof is toch ook maar een mening? Al kan een gebezigde mening in ons strafrecht een strafbaar feit opleveren. Wanneer een uiting iemands eer of goede naam aantast, kan dit worden gekwalificeerd als belediging. Als je een christen vanwege zijn geloof een dief noemt, bijvoorbeeld. Of een moslim ‘ziek’ omdat hij de islam aanhangt. Maar ben je gelovig? Dan kom je er mee weg. En ontloop je het strafmaximum van drie maanden cel. Geloof als get out of jail free card die je kan inzetten wanneer je iemand beledigt. Dat toont o.a. het Van Dijke-arrest (NJ 2001, 203) van de Hoge Raad aan:

De voor praktiserende homoseksuelen – op zichzelf beschouwd – kwetsende en/of grievende vergelijking met fraudeurs en dieven kan een beledigend karakter missen, indien die verwijzing naar fraude en diefstal dient ter aanduiding van de in de geloofsopvatting van de verdachte verankerde opvatting omtrent het evenzeer zondige karakter van een homoseksuele levenswijze.

De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat deze uitlatingen “kenbaar in direct verband stonden met de uiting van de geloofsopvatting van de verdachte en als zodanig voor hem van betekenis zijn in het maatschappelijk debat”. Ons hoogste rechtsprekende orgaan acht je belediging dus niet zo beledigend meer als je dat doet vanuit je geloof en als onderdeel van een ‘maatschappelijk debat’. Homo’s uitschelden als debatvorm.

Overigens lijkt me dat maatschappelijk debat nu zo’n beetje wel afgerond. Tussen 1730 en 1821 werden in Amsterdam nog honderden homo’s gespietst, opgehangen of levend verbrand. In 1911 werd de leeftijdsgrens voor strafbare homoseks tussen een meerderjarige en minderjarige gesteld op 21 jaar, waar die bij heteroseks op 16 jaar was gesteld. Het was pas in mei 1971 dat die strafbaarstelling, na een stevig maatschappelijk debat, door de toenmalige minister van justitie Polak voor homo’s werd gelijkgesteld met die voor hetero’s. Inmiddels toch al bijna 40 jaar geleden. Waar zou dat maatschappelijk debat nu nog over moeten gaan?

In een tijd waar het kennelijk nodig is om een speciale alarmlijn in het leven te roepen om te voorkomen dat het ene na het andere homokoppel uit z’n huis wordt gejaagd, doet de straffeloze godsdienstige belediging van homo’s vreemd aan. Sterker: het lijkt precies het verkeerde signaal. En als maar één van de deelnemers van een spel een joker mag inzetten, is er meestal niet veel aan. Zullen we dan maar eerlijk oversteken? Gelovigen houden hun get out of jail free card. En het naar verwachting in het najaar te behandelen voorstel over een einde van het verbod op godslastering van Van der Ham (D66) c.s. komt erdoor. Dan lopen niet-gelovigen hun achterstand weer een beetje in. Of gewoon een einde aan de strafbare belediging? Dat is pas een maatschappelijk debat.

Advertenties