Vuile huichelaar

Er zijn een hoop goede redenen om een blog te schrijven. Je wil een statement maken over iets wat je na aan het hart gaat, of de lezer vermaken met een smakelijke anekdote. Blogs vol met goede bedoelingen. Maar soms wordt een leuk idee of briljante ingeving verdrongen door iets veel platters: ergernis. Grote ergernis.

En ik. Heb een bloedhekel. Aan Albert Verlinde. Met z’n roddels. En z’n lintje.

Een lintje is een koninklijke onderscheiding: een symbolische erkenning voor persoonlijke, bijzondere verdiensten voor de samenleving. Je moet dan denken aan mannen met snorren die al 40 jaar vrijwilliger zijn bij de plaatselijke harmonie, hardwerkende vrijwilligers, maar soms ook aan ‘Bekende Nederlanders’. In 2010 behaagde het de Koningin om Albert Verlinde een lintje te laten opspelden. Voor zijn persoonlijke, bijzondere (ahum) verdiensten (kuch) voor de samenleving (proest).

“Nu gun ik Verlinde dat lintje best,” zou een prima, sociaal wenselijk antwoord zijn. Maar je hebt zoiets als huis-tuin-en-keuken hypocrisie, dan komt Pontius Pilatus en daarna heb je Albert Verlinde.

In 2009 kreeg Verlinde het eerste ‘Gouden Oor’ uitgereikt van Sophie Hilbrand en Filemon Wesselink, namens BNN, omdat Verlinde “zijn oor altijd zo goed te luister legde.” Later bleek de prijs, met grote trots door Verlinde in ontvangst genomen, niet alleen mooi op de schoorsteenmantel te staan, maar nam hij ook geluidsfragmenten op. Verlinde en echtgenoot werden afgeluisterd. Toen dit bekend werd, reageerde Verlinde woedend. En emotioneel. In een radio-interview op Radio 538 zei hij: “Hoe kunnen Sophie en Filemon dit ook doen? Ik snap dit echt niet.” Verlinde bekende er wakker van te liggen. Erger nog. Verlinde tegen Giel Beelen: “Sorry, ik voel me echt een slachtoffer. Ik voel me aangerand. Volgens de Grondwet mag dit niet!”

Tja, de Grondwet. Wat Verlinde even vergat, is dat hij zich beriep op het (grondwettelijk) recht op privacy – een groot goed. Maar waar was Verlinde, hoeder van onze grondrechten, toen het televisieprogramma RTL Boulevard de onrechtmatig verkregen beveiligingscamerabeelden van een zoenend stel (“WesYo”) in een parkeergarage uitzond? Of toen dat programma de heimelijk opgenomen vreemdgang van Georgina Verbaan op de beeldbuis bracht? En toen de presentator van dat programma de pas gescheiden Mariska Hulscher een “hoer” noemde, waar was Albert Verlinde -voorvechter van onze fundamentele mensenrechten en hoeder van alle fatsoen- toen?

U weet best waar Verlinde toen was.

Na aangifte van Verlinde tegen Hilbrand en Wesselink bood het Openbaar Ministerie (OM) de twee een transactie aan om strafvervolging te voorkomen. BNN werd niet vervolgd. Voor Verlinde was dit niet genoeg. Hij maakte gebruik van de “artikel 12-procedure”, die het mogelijk maakt om bij het Gerechtshof te klagen over het niet-vervolgen door het OM. Dezelfde procedure als in de zaak tegen Wilders, of recenter, in de zaak van het homostel dat uit hun huis in Utrecht werd gejaagd en het OM zag beslissen om niet te vervolgen. Een mogelijkheid dus, om in zwaarwegende gevallen tóch vervolging af te dwingen. Daar maakte Verlinde gebruik van en, zo werd dit weekend bekend, kreeg zijn zin. Z’n goed recht ook, je moet voor je rechten opkomen als je het gevoel hebt dat je belangen onvoldoende door de overheid worden beschermd. Maar de dubbele maat van Verlinde siert hem niet.

Voordat de majesteit dit jaar begint aan haar ‘lintjesoverpeinzingen’,  zou ik haar graag de een suggestie willen doen: geef Aad Klaris (1939) een lintje. Deze Nederlandse muzikant schreef niet alleen een groot gedeelte van de muziek voor mijn favoriete jeugdserie Bassie en Adriaan, maar was ook verantwoordelijk voor menig Top-40 hit van de jaren ’70 tot eind jaren ’80. Bovendien is Klaris een Moerdijker. Die mensen hebben het verdiend. En zijn allergrootste hit, geschreven voor Renée de Haan, kent iedereen. Zingt u maar mee, speciaal voor Albert: “Vuuuui-le huichelaar…”

Naschrift: misschien is Albert Verlinde wel een hele aardige man.

Advertenties