‘Van Buiten’: interview met Ronald Plasterk

Foto: Lex Draijer.

Ronald Plasterk gaf een glanzende wetenschappelijke loopbaan op om in 2007 voor de Partij van de Arbeid minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) te worden. In 2010 trad na de verkiezingen een rechts kabinet aan zonder de PvdA aan en werd Plasterk Kamerlid. Dat is na 25 jaar onderzoek te hebben gedaan in de moleculaire genetica, de tweede carrièreswitch in drie jaar. ‘Eigenlijk lijkt dit weer een beetje op mijn oude vak.’

Heb je de keuze voor een rol in de Kamer makkelijk kunnen maken?
Daar ben ik wel even een paar dagen voor gaan zitten. Ik heb met een aantal mensen gesproken die een dergelijke stap hebben gemaakt, zoals Ed van Thijn en Marcel van Dam. En ik heb met Wim Kok gesproken, dat vind ik gewoon een hele wijze man. Op een gegeven moment was ik eruit en wist ik ook dat ik dit met alle plezier wilde doen. Toen heb ik ook meteen gevraagd om de financiënportefeuille.

Dat leek niet meteen logisch. Van OCW naar financiën.
Maar dat is het juist wel voor mij. Mijn politieke carrière begon ik in de gemeenteraad van Leiden en daar was ik ook financiënwoordvoerder. En in het kabinet maakte ik samen met Wouter Bos deel uit van de sociaal-economische zeshoek: daar worden de belangrijke beslissingen over de sociaal-economische koers genomen. Daar wilde ik, na het wegvallen van Wouter Bos, de continuïteit in waarborgen.

Nu dus Kamerlid. Hoe is die omschakeling bevallen?
Eigenlijk lijkt dit weer een beetje op mijn oude vak. Je opereert in een team, maar acteert, presteert toch als individu. Je moet zelf je eigen verhaal ontdekken, onderzoeken. Dat lijkt op de wetenschap.

Hoe anders is dat dan minister?
De rol van bestuurder is natuurlijk heel anders dan die van Kamerlid. Als Kamerlid spreek je, zolang je niet te ver van de fractielijn afdwaalt, toch primair namens jezelf. Als minister altijd ook namens de ministerraad. Je hebt rekening te houden met een veel grotere organisatie, je krijgt hulp van een grote staf. Als Kamerlid krijg je ook wel wat hulp, maar veel minder. Eigenlijk ben je als Kamerlid een kleine ondernemer.

Is één van de twee beter?
Als minister neem je wel dagelijks een groot aantal besluiten. Grote, doorslaggevende besluiten. Je kan dan kiezen uit meerdere opties en de knoop doorhakken. Toch zijn daarvan heel veel gebonden beslissingen. Je kan niets zonder het werkveld uitgebreid te raadplegen. Dat is als Kamerlid echt anders. Als ik morgen een motie wil indienen om bonussen voor bankiers te stoppen, dan moet ik dat hooguit overleggen met andere fracties om medestanders te zoeken. Maar ik kan het zo indienen en dan kan het aangenomen worden. Dat zou ik als minister niet zomaar uit het niets kunnen doen, dan staat de Vereniging van Nederlandse Banken op z’n achterste benen.

Nu zit je als financieel woordvoerder midden in de eurocrisis. Denk je nooit ‘wat heb ik me op de hals gehaald?’
Nee. Ik heb bewust gekozen voor deze portefeuille. Toen ik die keuze maakte hadden we net de bankencrisis gehad, dat zag ik juist als een uitdaging. Die crisis kwam namelijk van rechts. De mechanismen die dat mogelijk hebben gemaakt zijn bewust gecreëerd. Door Reagan, door Thatcher. Weinig toezicht, meer en meer markt, een kleine overheid. Dat is doorgeschoten, er zijn zeepbellen ontstaan. Daar moeten we ook sociaal-democratische antwoorden op formuleren. We moeten het hebben over duurzaamheid, een rechtvaardige verdeling en maatschappelijke ordening. Dat is een uitgelezen kans.
Maar dat we nu spreken over het opbreken van de eurozone, dat had ik niet voorzien. Dat had niemand eigenlijk voorzien. Dit is crisismanagement.

Je noemt het crisismanagement. Is de PvdA als het gaat om de eurocrisis niet te meewerkend voor een oppositiepartij?
Nou, dit is heel serieus. Dit is geen moment om zand in de machine te gooien. Je kan hier niet politiek belletje trekken. Het gaat om de toekomsten van de pensioenen, om de zekerheid van banen, om de toekomst van de verzorgingsstaat. Om daar niet je verantwoordelijkheid in te nemen, dat is nou politiek met een kleine p.

Wat moet iedereen volgens jou begrijpen van deze crisis?
De toekomst van Nederland ligt in een democratisch en sociaal stabiel Europa. Er zijn mensen, aan de linker- en de rechterflanken van het politieke spectrum, die zeggen: slotpoorten dicht, brug omhoog. Maar in Europa ligt onze kracht, onze toekomst. Maar er zijn zeker fouten gemaakt bij de oprichting en inrichting van de muntunie. Griekenland had niet moeten worden toegelaten tot de euro, in ieder geval niet op deze manier. Maar het terugdraaien van de beslissingen, dat kan niet meer. Je moet kijken wat het beste is voor de toekomst van Nederland. En daar moet je dan ook eerlijk in zijn. Het is geen makkelijk verhaal. Het omvallen van een grote bank in de Verenigde Staten heeft ons Nationaal Product al veel gekost. Het omvallen van een land, dat zo dichtbij je staat: dan gaat het om enorme bedragen. Dat kost Nederland ontzettend veel.
Rechts Europa heeft deze crisis geframed als een crisis in de overheidsfinanciën. Maar zonder de financiële crisis was het nooit zover gekomen. Het moet daarom om de bonussen gaan, de rol van de banken, over belasting op financiële transacties. De beer die de markt is, moet niet weer losgelaten worden. Die moet sociaal-democratisch getemd.

Tenslotte nog even van internationaal naar lokaal. Je hebt een omschakeling gemaakt van bestuur naar oppositie. De PvdA Arnhem heeft dezelfde omschakeling moeten maken. Heb je nog tips voor onze gemeenteraadsfractie?
Je zal de neiging hebben te blijven hangen in verongelijktheid. Dat is niet goed. De democratie heeft z’n beloop gehad en het is tijd om weer door te gaan. Je programma voor het voetlicht brengen en met enthousiasme laten zien dat je een alternatief te bieden hebt. Dat zou mijn advies zijn.

Heb je nog wel fijne herinneringen aan Arnhem nu het plan voor een Historisch Museum niet is doorgegaan?
Een CDA-collega in het kabinet zei toen de locatie van het te bouwen Historisch Museum te sprake kwam: “Arnhem, weet je wel hoe ver dat is?” “Dat is maar vanaf waar je het bekijkt,” heb ik toen gezegd. Ik heb echt mijn nek uitgestoken om iets in Arnhem te doen, ook al was dat toen misschien tegen de stroom in. Vind het echt reuze jammer dat het zo gelopen is.

Advertenties