Reaguurder

Een jongen die de keel van zijn vader doorsneed. Een stel waarvan één van hen hun peuter doodde. De tandarts die zijn eigen vinger afsneed om de verzekering te tillen. Miljoenenfraudes. Piramidespelen. Eerwraak. Opmerkelijk veel van de ruim 700 strafzaken waarbij ik professioneel betrokken ben geweest, zijn me bijgebleven. Sommige indrukwekkend door de omvang van het leed van een slachtoffer, sommige door de inkijk in het verwoeste leven van een verdachte. Vaak ook omdat er gewoonweg een ongelofelijk verhaal achter een zaak zat. Of omdat ik een verdachte (of cliënt) stiekem een sympathieke boef vond. Of een ontzettende schurk.

Het is niet heel vreemd dat strafzaken in je geheugen blijven hangen, want in het strafrecht gaat het niet om niks. De uitkomst van een strafzaak kan de rest van iemands leven bepalen. Of de reden van die strafzaak heeft dat al gedaan. En geen enkele strafzaak of verdachte is gelijk.

Toch lijkt het er soms op dat strafzaken inwisselbaar zijn. Elke verdachte is een monster en zijn advocaat geen haar beter. Althans, als je sommige kranten en sites moet geloven. En sommige reaguurders zijn onderhand verworden tot een karikatuur van zichzelf als het gaat om hun reacties op strafzaken. Tjalling van der Goot, advocaat van Robert M., werd onlangs geïnterviewd in de Spits. Op de Spits-site varieerden de reacties van voorstellen om de verdachte zonder proces voorgoed op te sluiten (of erger), tot het in twijfel trekken van de moraliteit van de raadsman. Terwijl een advocaat niet de daden van een verdachte, maar diens rechten verdedigd. Samenzweerderig werden er ook vraagtekens gezet bij het feit dat een verdachte als M. (werkzaam in de kinderopvang) zich zo’n dure advocaat kon veroorloven. Daar moest wel iets aan de hand zijn. Terwijl ook dure advocaten bijvoorbeeld best op toevoegingsbasis (‘pro deo’) kunnen werken.

Is dit dan een pleidooi voor nuance? Een moreel oordeel over die reaguurders die hun onderbuikgevoelens maar de vrije loop laten? Nee, dat niet. Want bij die 700+ strafzaken die ik noemde, zaten een hoop uitspraken waarbij ik dacht: “Wat een slappe hap.” Vooral in zedenzaken wordt er naar mijn smaak soms bedroevend laag gestraft. Bovendien heb ik best rechters meegemaakt die écht wel een beetje wereldvreemd waren. Maar de meeste zaken gaan uiteindelijk best goed. En het is maar goed dat ze er zijn –de niet wereldvreemde rechters dan- want als een dierbare van me het slachtoffer zou zijn van een ernstig misdrijf, denk ik dat misschien meer van de onderbuik dan de ratio mijn oordeel zou vormen. Een objectieve, onafhankelijke kijk dient dan de rechtstaat het meest.

Maar wat moeten we dan met die onderbuik? Misschien zou het goed zijn om emotionele reacties wat meer erkenning te geven. Zulke reacties, vanuit het hart, steeds maar belerend ‘onderbuik’ noemen en ze terzijde schuiven, doet ze geen recht. Van Rossem van Geenstijl merkte dat terecht op. Juist bij strafzaken, waarin soms gruwelijke daden het onderwerp zijn, zijn die emoties heel voorstelbaar. Maar wordt geen karikatuur. Grijsgedraaide platen vol clichés die druipen van onwetendheid hebben we al genoeg op het internet. Mijn pleidooi, if any, is daarom: lees eens wat verder dan de kop van een nieuwsbericht. Volg goede misdaadjournalisten op twitter, lees eens wat meer over strafrecht en ga naar een zitting. Goed geïnformeerde reaguurders, genuanceerd of bot, altijd +1.

Advertenties

Prime time

De snijdende spanning tussen de moeder van een onder verdachte omstandigheden gestorven jongetje en haar vriend. Een van de twee moest verantwoordelijk zijn voor de mishandeling van de peuter, maar wie praat het eerst?

Of de bijna komische situatie van de tweelingbroers met dezelfde voorletters die allebei verdachte zijn in verschillende strafzaken, maar waarvan het OM al 10 jaar denkt dat het dezelfde persoon is. En ze allebei op dezelfde tijd en plaats oproept, met een oplaaiende familieruzie tot resultaat.

Ik heb veel rechtszaken meegemaakt die zich prima leenden voor uitzending op prime time televisie. Toch gebeurt het maar zelden. Het proces tegen Geert Wilders is daarop een uitzondering, het gehele proces wordt integraal uitgezonden op TV. En dat is niet onopgemerkt gebleven. De één noemt het proces uit de hand gelopen zendtijd voor politieke partijen, de ander een politiek proces of zelfs een doelgerichte aanval op de vrije meningsuiting. Maar er is in ieder geval weer uitgebreid aandacht voor rechtspraak.

Niet iedereen is te spreken over dit inkijkje in de rechtszaal. NRC, in zijn commentaren vaker geen voorvechter van moderne communicatiemiddelen gebleken, merkt op dat het proces tegen Wilders aanvankelijk mede gestrand was doordat iedere handeling in de rechtszaal vele malen werd uitvergroot in ‘de media’. Bovendien waren de rechters ook in de sociale media ‘trending topic’ geworden. Daarop waren zij niet voorbereid en mede daarom zou de eerdere wraking in het proces hebben kunnen slagen. Mocht NRC de moeite gedaan hebben om het proces daadwerkelijk (live) te volgen, dan had het gezien dat het onhandige opereren van de voorzitter van de rechtbank en het slecht motiveren van een afwijzende beslissing de werkelijke reden waren voor het slagen van het wrakingsverzoek.

Ook vandaag was het #proceswilders een veelbesproken onderwerp op sociaal medium Twitter. Zoals te verwachten waren de reacties uiteenlopend. Zo had Ans1953 had het gevoel dat zij het proces “live […] beleefd” had, “oog in oog met onze blonde knuffelparlementarier” en schreef Hiram_nl dat hij hoopte op een vrijspraak van “de racistische ellendeling #Wilders”, zodat hij zelf ook zijn mening kon blijven geven. Sociale media als buurtkroeg. En dan niet exclusief voor borrelpraat of uitgesproken onderbuikgevoelens, maar ook voor oprechte discussies. Zelfs tussen mensen als Ans1953 en Hiram_nl, die elkaar in een echte buurtkroeg niet snel zouden tegenkomen.

In 2006 onderzocht strafrechtgeleerde Theo de Roos of de invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging gewenst was. Zijn eindoordeel luidde ontkennend. Wel signaleerde De Roos de positieve werking van meer transparantie in de rechtspraak op het vertrouwen in diezelfde rechtspraak. En dat vertrouwen kan best een opkikker gebruiken.

Daarom, beste rechters, luister voor de verandering eens niet naar NRC en omarm moderne communicatiemiddelen. Op naar een Nederlandse versie van ‘CourtTV’ en uitspraken op Rechtspraak.nl met een ‘tweet-knop’ en een ‘hashtag’. Gooi de deuren open waar dat kan en laat ons meekijken: #primetime!