No cure no pay. Nee

De VVD en de PvdA willen dat er een proefproject komt met no cure, no pay in de rechtsbijstand. In dit systeem betaalt een cliënt de advocaat alleen als die succes boekt. Nu is dat in Nederland nog verboden.

Van de VVD was ik het inmiddels gewend. De liberalen worden warm van binnen als het om dit soort Amerikaanse praktijken gaat. De geprivatiseerde gevangenis kwam al in beeld, en nu is no cure no pay aan de beurt. Bezuinigen blijkt een prima springplank voor het invoeren van langgekoesterde liberale wensen.

Mijn eigen partij PvdA had ik toch hoger ingeschat. Daarom even uit de losse pols drie redenen waarom no cure no pay een slecht idee is. Zomaar de eerste drie argumenten tègen die me te binnen schieten. Van een waslijst aan tegenargumenten.

Één. In een stelsel van no cure no pay krijg je als advocaat pas betaald als je wint, dus ga je selectief winkelen. Dan ga je dus alleen zaken aannemen die je denkt te kunnen winnen. Als partij moet je dan wel zorgen dat je een goede indruk maakt: lijk je op basis van de eerste stukken zwakker, heb je een probleem. Succes met het zoeken van een advocaat. Met rechtszekerheid heeft dat niets te maken.

Twee. Ambulancechasers, kent u die? Als je een percentage van de schadeclaim krijgt, of een mooie bonus bij winst (maar ook belangrijk: juist helemaal niets als je niet wint), dan ga je op zoek naar die vette vis. Die ene cliënt met een winstgevende zaak, eentje die je zomervakantie wat weken kan verlengen of een nieuwe sportauto je garage in laat rijden. En als die vette vis niet wil procederen, dan stimuleer je hem toch een beetje? Leve de claimcultuur. Van advocaat als partijdig belangenbehartiger naar raadsman met een eigen belang.

Drie. Van de Steur (VVD) vindt één van de zegeningen van no cure no pay dat ‘kansloze zaken’ verleden tijd zullen zijn. Allereerst wil ik daarover zeggen: de schijnbaar kansloze zaken bedoelt Van de Steur eigenlijk (zie argument één). Maar: is er iets fundamenteels mis met de rechtzoekende die kansloos is? Uit mijn tijd bij het openbaar ministerie, de rechtspraak en de advocatuur heb ik veel geleerd, maar bovenal dit: mensen willen soms gewoon gehoord worden. Hun verhaal kwijt. Serieus genomen worden. Eigenlijk wil iedereen dat, toch? No cure no pay is een stap in de richting van selectie aan de poort: ‘geen kans op winst? Dan bent u mijn tijd niet waard.’

Jeroen Recourt (PvdA) noemt no cure no pay ‘geen alternatief voor de afkalvende rechtsbijstand, maar wel een aanvulling op de bezuinigingen.’ Ik moest daar even over nadenken. Volgens mij bedoelt Recourt te zeggen dat ‘daar nog geld valt te halen.’

Domme bezuinigingsmaatregel dus. Eentje die ons rechtssysteem zal verslechteren. Een bezuinigingsmaatregel die mensen raakt die niet (voldoende) in hun eigen rechtsbescherming kunnen voorzien. Niet doen. Slecht plan. In de prullenbak. Klaar.

‘Als je idealen hebt, moet je van de zijlijn stappen en iets doen’

Dit interview verscheen op 14 april 2012 in De Gelderlander.


Mark Lauriks werd in maart gekozen als voorzitter van de afdeling Arnhem van de Partij van de Arbeid. Hij nam de plek in van Paul Stein. Diens uitlatingen tijdens een nieuwjaarstoespraak over – toen nog– Job Cohen vielen zo slecht bij het bestuur dat hij de eer aan zichzelf hield.

Ook u keek op toen Stein juist op dat moment over Cohen begon.
“Klopt. Maar van mij had Paul niet weggehoeven. Hij koos daar zelf voor. Ik vind het ook zonde dat Cohen weg is. Nu is al met al van een nieuwe situatie sprake. Paul blijft overigens wel actief voor de partij. We hebben ook regelmatig contact met elkaar.”

Afdelingsvoorzitter worden bij de PvdA: wat bezielt u om bij zo’n zieltogende partij de kar te trekken?
“Drie weken geleden was er een soort afscheidsceremonie in de Balie in Amsterdam, waarbij de klassieke middenpartijen CDA en PvdA symbolisch ten grave zijn gedragen. Tsja, de partij wordt door sommige mensen afgeschreven. En het is de PvdA ook niet altijd goed gegaan. Maar ik ben iemand die zich druk maakt over dingen. Bijvoorbeeld dat mensen het niet allemaal even makkelijk hebben. Vooral de VVD maakt me boos met de manier waarop ze over die mensen spreekt. Dan kun je hard tegen de tv schreeuwen –wat ik ook wel doe–, maar als je je écht druk maakt, als je idealen hebt, moet je van de zijlijn afstappen en iets doen. De PvdA is voor mij de club waarbinnen je samen iets kunt doen aan de ellende die je om je heen ziet.”

Wat zijn die idealen?
“Ik ging vroeger met mijn oma naar een kerk waar een nogal links georiënteerde dominee sprak. Die liet beelden zien van de Chinese opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Voor hem een voorbeeld dat mensen moeten opstaan voor eerlijkheid wanneer die door de overheid te grabbel wordt gegooid. En dat wij verplicht zijn na de denken over hoe we onze samenleving inrichten en hoe je er voor zorgt dat je eerlijker deelt. Met de nadruk op samen.
Mijn vader komt uit een gezin van elf. Toen hij in dienst ging, kwam hij er voor het eerst achter dat niet iedereen links is. Er waren jongens met heel andere denkbeelden.
Maar ze waren niet onaardig. Dat had ik ook bij ESA, waar ik al twintig jaar voetbal. Dan moet je wel eens wat uitleggen. Je moet júist met andersdenkenden praten, omdat je daar het meest van leert.”

Hoe ziet uw ideale Arnhem eruit?
“Als een stad waar de kloof tussen arm en rijk is verkleind. In Arnhem is die kloof het grootst van het land, op die in Den Haag na en ik ben bang dat die onoverbrugbaar raakt. Arnhem heeft een paar van de armste wijken van het land. Dat raakt aan een van de kernidealen, dat iedereen gelijke kansen moet krijgen. We hebben nu een echt VVD-bestuurscollege in de stad. Iedereen maakt zich in deze tijd zorgen over zijn baan, maar bij dit college is de basishouding efficiency. Dat zag je bij de discussie over de vuilnismannen ten tijde van de aanbesteding van de afvalinzameling, je zag het bij het personeel van de Rijnhal en je ziet het bij de discussie over de ID-banen. Wij hebben een ID’er die veel klust bij onze voetbalclub, dan maak je van dichtbij mee wat die onzekerheid betekent.”

Wat kán Arnhem anders? Er moeten miljoenen worden bezuinigd. Het rijk stort minder in de gemeentekas.
“De begroting moet sluitend zijn, maar je moet wel kijken hoe het op de best mogelijke manier kan. Je moet besturen met een warm hart en een gezond verstand – en het mag van mij wel wat warmer dan de VVD doet.”

In Arnhem heeft de ooit machtige PvdA aan gezag verloren, onder meer door vast te houden aan de haven in Rijnboog. Hoe zorgt u er voor dat de PvdA meer invloed krijgt?
“Door de afdeling sterk te laten opereren. Ik wil dat er over twee jaar geen Arnhemmer is die zegt dat je de PvdA alleen in verkiezingstijd ziet. We gaan van deur tot deur om te vragen wat de mensen goed vinden aan hun stad of wat er mis is. De PvdA moet bij uitstek weten wat er in de wijken speelt. We gaan ook meer aandacht geven aan ons ombudsteam, dat al twee jaar mensen helpt die zijn verdwaald in de bureaucratie.”

U zat in het campagneteam van Diederik Samsom, de nieuwe PvdA-fractieleider in de Tweede Kamer. Bent u de Samsom van Arnhem?
“Hij is een andere politicus, maar ook een voorbeeld. Ik heb met eigen ogen gezien dat hij 24 uur per dag bezig is om via de partij zijn ideaal van een betere samenleving te realiseren. Hij is bevlogen. Dat ben ik ook, ja. Dingen raken me. Ik ben niet onverschillig. Als ik de VVD mag geloven, leven we in een tijd van ieder voor zich. Dat weiger ik te geloven. Mensen die het moeilijk hebben en die het nóg moeilijker krijgen, daar wordt de stad niet beter van. Het zijn bijvoorbeeld zonde zijn als we in Arnhem de weg loslaten die we met de krachtwijkenaanpak waren ingeslagen. Gemeenschapszin, zoals in Klarendal, daar moeten we het van hebben.”

Door John Bruinsma

Spreektekst bij voorzittersverkiezing PvdA Arnhem op 20 maart 2012


Partijgenoten!

De Partij van de Arbeid heeft de afgelopen weken een hele hoop nieuwe energie gekregen. Dat heb ik van dichtbij mee mogen maken, in het campagneteam van Diederik Samsom. Om 10:00 uur op een zaterdagochtend bijna 500 leden bij een debat in Leeuwarden, 900 leden bij een debat in Amsterdam en in Groningen waren zoveel mensen, dat er leden moesten worden weggestuurd. De PvdA leeft. Politiek doet ertoe. Ik moet eerlijk bekennen, na bijna 50 afdelingen en duizenden leden gezien te hebben de afgelopen tijd, kan ik ook wel wat van die nieuwe energie gebruiken. Maar wat een resultaat.

En voor pauze is geen tijd. Niet voor Diederik, die deze avond in het debat het kabinet te lijf gaat, maar ook niet voor mij. Voor ons allemaal niet. Want wat dit land nodig heeft is een sterke PvdA. Met sociaaldemocratische antwoorden op de crisis. Echte antwoorden op de onzekere tijden die wij als land doormaken. Geen kille bezuinigingen, met niet eens het begin van een visie.

Want we zitten nu met een kabinet dat bezuiniging op bezuiniging stapelt en daar steeds de meest kwetsbaren mee raakt. Een kabinet waarvoor het grote geld een belangrijkere stem heeft dan die van gewone mensen. Dat kabinet moet weg. En dat kan. Door onze partij weer groot te maken. Dat is een klus die we samen moeten klaren.

Gelukkig lijkt het landelijk weer wat in de lift te zitten. Maar we moeten niet vergeten: peilingen zijn palingen. Daarom moeten we ons juist lokaal, in Arnhem, continu laten zien. In de stad, in de wijken, moeten we het debat en het gesprek aangaan. Dat doen we als bestuur door discussies te organiseren in de stad. En onze fractie doet dat ook goed: er wordt fel oppositie gevoerd. Dat is hard nodig bij dit college dat ziende blind lijkt te zijn voor het stapelen van bezuinigingen en zich Oost-Indisch doof houdt voor de bezorgde roep van Arnhemmers die hun baan dreigen kwijt te raken, zoals mensen met een ID-baan, vuilnismannen en het personeel van de Rijnhal.

We hebben dus lokaal een sterke PvdA nodig. Ook dat kan. Door een sterke afdeling te zijn, met een solide vrijwilligersbestand. Een PvdA waarvan over twee jaar geen Arnhemmer meer kan zeggen dat we ons alleen met verkiezingstijd laten zien. Een PvdA die weet wat er leeft. Midden in de stad. En vooral een PvdA die optimaal is voorbereid op de volgende gemeenteraadsverkiezingen en de bijbehorende campagne. Daar sta ik voor en daar wil ik me als voorzitter met veel enthousiasme voor inzetten. Met jullie instemming, ga ik daar graag zo snel mogelijk mee aan de slag.

Dankjewel.

Gesproken tekst geldt.

Kandidaatstellingsbrief voorzitterschap PvdA Arnhem

Foto: Remy Wilshaus.

Werk maken van je idealen
Met deze brief stel ik me kandidaat voor het voorzitterschap van onze afdeling. Omdat ik me zorgen maak. Zorgen dat het niet meer vanzelfsprekend is dat we in Nederland opkomen voor mensen die dat zelf niet meer kunnen. Zorgen dat de stem van het grote geld belangrijker is geworden dan de stem van gewone mensen. Daar maak ik me druk om. En je kan je druk blijven maken aan de zijlijn. Of iets doen en écht werk maken van je idealen. Daarom ben ik politiek actief geworden. En waar ik eerder om die redenen al actief werd in deze afdeling zijn het diezelfde drijfveren die me hebben doen besluiten om me nu verkiesbaar te stellen voor het voorzitterschap. Omdat ik als voorzitter een nog grotere bijdrage kan leveren aan het verwezenlijken van die idealen, met de fractie, met het bestuur, met onze leden, met de JS, voor Arnhem, en voor de PvdA.

Midden in de stad, met de blik naar buiten
Waar wil ik met de afdeling naar toe? Ik wil dat we weer een afdeling zijn die midden in de stad staat, met de blik naar buiten. Actief in onze stad en actief in de partij. Mijn doel is dat bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen geen Arnhemmer meer kan zeggen dat de PvdA zich alleen laat zien in verkiezingstijd. We staan er landelijk niet goed voor. Hoezeer ik ook hoop dat dit tij snel keert, betekent dit des te meer dat we in Arnhem het verschil moeten maken. Dat we in Arnhem laten zien dat de PvdA een heldere boodschap heeft,  dat de PvdA een antwoord heeft op de uitdagingen waar we voor staan. Dat we deze boodschap en dit antwoord goed voor het voetlicht brengen, keer op keer, in het stadhuis en vooral in gesprek met mensen, want daar maken wij het verschil. Het betekent ook dat we in Arnhem laten zien dat de PvdA weet wat er leeft. Dat we de zorgen van mensen kennen. En met die zorgen iets doen.

Een afdeling die leeft
Ik wil dat we een afdeling zijn vol inhoudelijk debat waar sociaaldemocratie tot leven komt. Waar alle leden welkom worden geheten en leden die actief willen worden, daarin alle steun krijgen. En leden die daar nog over twijfelen een voorzichtig steuntje in de rug krijgen. Een afdeling vooral, die leeft. En een afdeling waar we onze loyale leden koesteren. Waarin er ruimte is voor inhoud, maar waar we tegelijk het belang erkennen van goede sfeer en gezelligheid. Het moet ook leuk zijn om actief te zijn. Want met een actieve afdeling vol leven staan we sterk. Op die manier, en op die manier alleen, zijn we voldoende voorbereid op de volgende verkiezingen. Want de volgende gemeenteraadsverkiezingen en de campagne die daarbij hoort zijn van groot belang voor de PvdA Arnhem, en belangrijker nog, voor de inwoners van Arnhem.

Ik geloof in onze afdeling
Met veel plezier heb ik de afgelopen weken  sturing gegeven aan deze mooie afdeling. Dat wil ik graag blijven doen. Want er kan zoveel moois in Arnhem. Maar dan moeten we dat wel durven. Dan moeten we de stoute schoenen aantrekken en er voor gaan. Het is, kortom, tijd om weer in onze afdeling te geloven. Dat geloof heb ik en daar wil ik elk aarzelend lid van overtuigen.

Mark Lauriks

PvdA met Ahmed Marcouch in actie tegen overvallen op Arnhemse ondernemers‏

Foto: Martijn Kriens

De afgelopen weken is Arnhem getroffen door een reeks van overvallen op winkels in de stad. Als de dagen korter zijn en de nachten langer, maken overvallers gebruik van de omstandigheden om hun slag te slaan. De politie heeft hierover gezegd dat het aantal overvallen “cijfermatig niet [zou] afwijken van het gemiddelde.” Daarmee wordt niet onderkend dat de recente reeks zorgwekkend is. Het lijkt wel bijna elke dag raak. Uit politiecijfers blijkt dat tussen 2006 en 2009 het aantal overvallen in de politieregio explosief steeg: van 32 naar 125 per jaar. Gelukkig is na 2009 een daling ingezet, onder andere na toegenomen politieaandacht voor het aantal overvallen. Deze daling was ook vorig jaar meetbaar. De trend lijkt daarmee doorbroken. Maar we zijn er nog niet. De PvdA maakt zich zorgen dat met de recente overvallen het fragiele succes onder druk komt te staan.

Goede initiatieven
Gelukkig is er aandacht voor veilig ondernemen. Zoals in de Steenstraat, waar gisteren het Keurmerk Veilig Ondernemen is uitgereikt. Er zijn plannen om beter samen te werken en er is overleg opgestart. Dat geldt ook voor de binnenstad, waar men al langer bezig met is de veiligheid daar. Maar ook in Zuid, op Kronenburg, wordt al lang nagedacht over een effectieve manier om de veiligheid te verbeteren. Grote winkelketens kunnen vaak hun eigen beveiliging regelen. Van deze beveiliging door grote winkelketens gaat doorgaans een positieve werking uit voor de directe omgeving. Maar vooral eenmanszaken, waar winkeliers een groot gedeelte van de dag alleen in de winkel staan, blijven kwetsbaar. Daarom moeten de goede initiatieven worden gestimuleerd. Ondernemers kunnen daar wel een handje bij worden geholpen. Ingezet beleid moet nog sneller en beter worden uitgevoerd, zodat er gewenste vooruitgang kan worden gemaakt.

Meer aandacht
We willen graag dat er nog meer aandacht komt voor de veiligheid van de Arnhemse middenstand en het winkelend publiek. Niet alleen voor de winkels in de binnenstad, maar ook voor de snackbar in de wijk. Dat hebben we onder meer gedaan door vragen te stellen aan burgemeester Pauline Krikke. Onze fractievoorzitster Martien Louwers heeft de afgelopen dagen contact gehad met (getroffen) ondernemers en ondernemersverenigingen. Uit die contacten komt onder meer naar voren dat de nazorg bij overvallen en de communicatie met politie over het afloop van het politieonderzoek beter kan.

In actie met Ahmed Marcouch
De PvdA komt daarom in actie om van de ondernemers zelf te horen hoe zij de veiligheid en de aanpak van overvallen beleven en hen een hart onder de riem te steken. Dit doen we door aanstaande donderdag een gedeelte van de binnenstad en de Steenstraat te bezoeken. We gaan bij zoveel mogelijk ondernemers langs om ze vragen te stellen over hun beleving van veiligheid en er vinden persoonlijke gesprekken plaats met ondernemers die te maken hebben gehad met een overval. Daarbij zal naast een vertegenwoordiging van fractie en bestuur, Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch aanwezig zijn. Ook hij maakt zich zorgen over de overvallen op Arnhemse ondernemers en kan vanuit zijn werk in de Tweede Kamer op het gebied van veiligheid een grote bijdrage leveren aan deze actie. Want veiligheid ligt ons nauw aan het hart. Zonder veiligheid geen leefbare stad. En vooral, geen sociale stad.

‘Van Buiten’: interview met Ronald Plasterk

Foto: Lex Draijer.

Ronald Plasterk gaf een glanzende wetenschappelijke loopbaan op om in 2007 voor de Partij van de Arbeid minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) te worden. In 2010 trad na de verkiezingen een rechts kabinet aan zonder de PvdA aan en werd Plasterk Kamerlid. Dat is na 25 jaar onderzoek te hebben gedaan in de moleculaire genetica, de tweede carrièreswitch in drie jaar. ‘Eigenlijk lijkt dit weer een beetje op mijn oude vak.’

Heb je de keuze voor een rol in de Kamer makkelijk kunnen maken?
Daar ben ik wel even een paar dagen voor gaan zitten. Ik heb met een aantal mensen gesproken die een dergelijke stap hebben gemaakt, zoals Ed van Thijn en Marcel van Dam. En ik heb met Wim Kok gesproken, dat vind ik gewoon een hele wijze man. Op een gegeven moment was ik eruit en wist ik ook dat ik dit met alle plezier wilde doen. Toen heb ik ook meteen gevraagd om de financiënportefeuille.

Dat leek niet meteen logisch. Van OCW naar financiën.
Maar dat is het juist wel voor mij. Mijn politieke carrière begon ik in de gemeenteraad van Leiden en daar was ik ook financiënwoordvoerder. En in het kabinet maakte ik samen met Wouter Bos deel uit van de sociaal-economische zeshoek: daar worden de belangrijke beslissingen over de sociaal-economische koers genomen. Daar wilde ik, na het wegvallen van Wouter Bos, de continuïteit in waarborgen.

Nu dus Kamerlid. Hoe is die omschakeling bevallen?
Eigenlijk lijkt dit weer een beetje op mijn oude vak. Je opereert in een team, maar acteert, presteert toch als individu. Je moet zelf je eigen verhaal ontdekken, onderzoeken. Dat lijkt op de wetenschap.

Hoe anders is dat dan minister?
De rol van bestuurder is natuurlijk heel anders dan die van Kamerlid. Als Kamerlid spreek je, zolang je niet te ver van de fractielijn afdwaalt, toch primair namens jezelf. Als minister altijd ook namens de ministerraad. Je hebt rekening te houden met een veel grotere organisatie, je krijgt hulp van een grote staf. Als Kamerlid krijg je ook wel wat hulp, maar veel minder. Eigenlijk ben je als Kamerlid een kleine ondernemer.

Is één van de twee beter?
Als minister neem je wel dagelijks een groot aantal besluiten. Grote, doorslaggevende besluiten. Je kan dan kiezen uit meerdere opties en de knoop doorhakken. Toch zijn daarvan heel veel gebonden beslissingen. Je kan niets zonder het werkveld uitgebreid te raadplegen. Dat is als Kamerlid echt anders. Als ik morgen een motie wil indienen om bonussen voor bankiers te stoppen, dan moet ik dat hooguit overleggen met andere fracties om medestanders te zoeken. Maar ik kan het zo indienen en dan kan het aangenomen worden. Dat zou ik als minister niet zomaar uit het niets kunnen doen, dan staat de Vereniging van Nederlandse Banken op z’n achterste benen.

Nu zit je als financieel woordvoerder midden in de eurocrisis. Denk je nooit ‘wat heb ik me op de hals gehaald?’
Nee. Ik heb bewust gekozen voor deze portefeuille. Toen ik die keuze maakte hadden we net de bankencrisis gehad, dat zag ik juist als een uitdaging. Die crisis kwam namelijk van rechts. De mechanismen die dat mogelijk hebben gemaakt zijn bewust gecreëerd. Door Reagan, door Thatcher. Weinig toezicht, meer en meer markt, een kleine overheid. Dat is doorgeschoten, er zijn zeepbellen ontstaan. Daar moeten we ook sociaal-democratische antwoorden op formuleren. We moeten het hebben over duurzaamheid, een rechtvaardige verdeling en maatschappelijke ordening. Dat is een uitgelezen kans.
Maar dat we nu spreken over het opbreken van de eurozone, dat had ik niet voorzien. Dat had niemand eigenlijk voorzien. Dit is crisismanagement.

Je noemt het crisismanagement. Is de PvdA als het gaat om de eurocrisis niet te meewerkend voor een oppositiepartij?
Nou, dit is heel serieus. Dit is geen moment om zand in de machine te gooien. Je kan hier niet politiek belletje trekken. Het gaat om de toekomsten van de pensioenen, om de zekerheid van banen, om de toekomst van de verzorgingsstaat. Om daar niet je verantwoordelijkheid in te nemen, dat is nou politiek met een kleine p.

Wat moet iedereen volgens jou begrijpen van deze crisis?
De toekomst van Nederland ligt in een democratisch en sociaal stabiel Europa. Er zijn mensen, aan de linker- en de rechterflanken van het politieke spectrum, die zeggen: slotpoorten dicht, brug omhoog. Maar in Europa ligt onze kracht, onze toekomst. Maar er zijn zeker fouten gemaakt bij de oprichting en inrichting van de muntunie. Griekenland had niet moeten worden toegelaten tot de euro, in ieder geval niet op deze manier. Maar het terugdraaien van de beslissingen, dat kan niet meer. Je moet kijken wat het beste is voor de toekomst van Nederland. En daar moet je dan ook eerlijk in zijn. Het is geen makkelijk verhaal. Het omvallen van een grote bank in de Verenigde Staten heeft ons Nationaal Product al veel gekost. Het omvallen van een land, dat zo dichtbij je staat: dan gaat het om enorme bedragen. Dat kost Nederland ontzettend veel.
Rechts Europa heeft deze crisis geframed als een crisis in de overheidsfinanciën. Maar zonder de financiële crisis was het nooit zover gekomen. Het moet daarom om de bonussen gaan, de rol van de banken, over belasting op financiële transacties. De beer die de markt is, moet niet weer losgelaten worden. Die moet sociaal-democratisch getemd.

Tenslotte nog even van internationaal naar lokaal. Je hebt een omschakeling gemaakt van bestuur naar oppositie. De PvdA Arnhem heeft dezelfde omschakeling moeten maken. Heb je nog tips voor onze gemeenteraadsfractie?
Je zal de neiging hebben te blijven hangen in verongelijktheid. Dat is niet goed. De democratie heeft z’n beloop gehad en het is tijd om weer door te gaan. Je programma voor het voetlicht brengen en met enthousiasme laten zien dat je een alternatief te bieden hebt. Dat zou mijn advies zijn.

Heb je nog wel fijne herinneringen aan Arnhem nu het plan voor een Historisch Museum niet is doorgegaan?
Een CDA-collega in het kabinet zei toen de locatie van het te bouwen Historisch Museum te sprake kwam: “Arnhem, weet je wel hoe ver dat is?” “Dat is maar vanaf waar je het bekijkt,” heb ik toen gezegd. Ik heb echt mijn nek uitgestoken om iets in Arnhem te doen, ook al was dat toen misschien tegen de stroom in. Vind het echt reuze jammer dat het zo gelopen is.

Zoek het zelf maar uit


Onze verwachtingen van oom agent zijn enigszins ambivalent te noemen. Die ‘struikrovers’ (verkeersagenten) moeten het niet wagen om ons te flitsen als we te hard rijden. Maar we verwachten wel dat de politie komt opdagen als er onenigheid is over het invullen van de schadeformulieren na een botsing. Gelukkig kunnen we er meestal wel op vertrouwen dat de politie ingrijpt als er echt problemen zijn.

Niet zoals in het universum van The A-Team. In hun wereld zijn de politie en de overheid niet te vertrouwen en moeten burgers hun heil zoeken bij een groep vigilantes die gespecialiseerd is in verkleedpartijen en het in elkaar lassen van zelfverzonnen wapentuig. De burger moet voor z’n eigen veiligheid opkomen.

De huidige regering verwacht dat wij ook een steentje bijdragen aan onze veiligheid. Dat valt op te maken uit het regeerakkoord, waarin het recht op zelfverdediging een prominente plek heeft gekregen. Weinig nieuws ten opzichte van de bestaande noodweerbepalingen (jezelf verdedigen tegen een ‘ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding’ mocht al) maar het signaal is duidelijk: ingrijpen mag best.

Burgerparticipatie in de opsporing, ook een manier om je steentje bij te dragen. In 2008 stelde (nu vertrekkend) OM-topman Harm Brouwer dit al aan de orde.  De jurisprudentie biedt soms ook opvallend veel ruimte voor burgeropsporing. Zoals in een zaak waarin een creditcardmaatschappij op eigen houtje achter een stel fraudeurs aanging en zich schuldig bleek te hebben gemaakt aan uitlokking van diefstal (uit de brievenbussen van de fraudeurs) en het illegaal maken van geluidsopnames. Het in deze door burgers vergaarde bewijsmateriaal mocht, hoewel via strafbare handelingen verkregen, in een strafzaak gewoon worden gebruikt. Denk verder aan het verborgen camerawerk van Peter R. de Vries dat soms aan de wieg stond van een, al dan niet succesvol, strafrechtelijke onderzoek.

Maar niet alles mag: De Vries mocht zijn beelden van Koos H. niet uitzenden en Alberto Stegeman kreeg op zijn kop (met een aardige boete) omdat hij een wapenhandelaar in zijn huis filmde. Beide acties waren volgens de rechter niet noodzakelijk. Brouwer waarschuwde al voor een ‘amateurpolitiestaat’, een samenleving waarin de Maurice de Honden van deze wereld vrij spel hebben.

Een andere vorm van ‘participatie’ is klikken. Daar blijken wij, gezien het uitgebreide assortiment aan kliklijnen, vrij bedreven in te zijn. Begin dit jaar haalde het CDA nog een nieuwe variant van stal: een kliklijn voor het tegengaan van illegaal roken in café’s. Meld Misdaad Anoniem en de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) zijn nuttige ‘klik’-instrumenten en hebben menig groot (en klein) misdrijf aan de oppervlakte gebracht.

De realiteit is dat er steeds minder geld beschikbaar komt voor de politie en dat ze efficiënt met de schaarse middelen moet omgaan. Dan is het mogelijk dat we moeten accepteren dat de politie er niet in alle gevallen meer voor ons kan zijn. Een soort “vraag niet wat de overheid voor jou kan doen, maar wat jij voor de overheid kan doen” dus.

Wat doe jij? Klikken? Zoek jij uit in welke weekendtas je het best een camera kunt verstoppen? Of schilder je alvast wat rode strepen op een zwart bestelbusje?

De informatietrein

Met duizelingwekkende snelheid raas je over het spoor door het landschap. De motor van de locomotief draait op volle toeren. Waar je heen gaat en welke stations er nog komen, weet je niet. Dit is niet een omschrijving van het begin van een spannende actiefilm, maar een metafoor voor de voortdenderende informatieverzamelende trein waar wij ons als samenleving in bevinden.

Eigenlijk is er sprake van één groot spoornet vol met informatievergarende treinen waaronder de overheid en bedrijven als Facebook. Als zo’n trein te hard voortraast, bestaat de kans dat hij ontspoort, of dat de remmen niet meer werken. Aan hard en ongecontroleerd vooruitrijden kleven dus belangrijke gevaren.

Een belangrijke trein, onze overheid, onderneemt een grote hoeveelheid informatievergarende activiteiten die in onze persoonlijke levenssfeer treden. Zo ontwikkelde de overheid het Elektronisch Patiëntendossier (EPD), een systeem waarmee artsen onderling en met apothekers kunnen communiceren en met één druk op de knop informatie kunnen delen. Ook heeft de overheid gekozen voor de invoering van het biometrisch paspoort, waarbij vingerafdrukken in het paspoort en in een databank worden opgeslagen.

In beide gevallen is er een behoefte er wordt er vervolgens een systeem uit de grond gestampt. Vooral de efficiëntie van de toepassing staat voorop, maar de veiligheidsaspecten worden niet altijd even zwaar meegewogen. Mede hierdoor is het EPD voorlopig in de Eerste Kamer gesneuveld en is de opslag van vingerafdrukken (tijdelijk) een halt toegeroepen.

Dit zijn twee voorbeelden van grote, kostbare overheidsprojecten waarbij de beveiligings- en privacyrisico’s pas in een (te) laat stadium aan de orde kwamen. En niet alleen de risico’s rondom de beveiliging baren zorgen. Nu is het doel van het EPD en het biometrisch paspoort misschien nog duidelijk, maar er zijn onvoldoende waarborgen dat deze systemen in de toekomst niet voor een ander doel worden gebruikt. Is het bijvoorbeeld niet heel praktisch om via opgeslagen vingerafdrukken daders van misdrijven op te sporen? 

Het is niet voor niets dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid onlangs de ontnuchterende vraag stelde: “Waar zijn we als overheid nou eigenlijk helemaal mee bezig?” Het adviesorgaan stelt dat de huidige informatie-overheid in feite geen begrenzing meer kent. Deze ‘iOverheid’ is onder de politieke radar ontstaan en zal onbekommerd verder groeien wanneer ze daar blijft.

Maar ook bij private ‘treinen’ ligt gevaar op de loer. De bestaande privacywetgeving, zoals de Wet bescherming persoonsgegevens, laat het verzamelen en gebruik van privacygegevens toe zodra er sprake is van ‘toestemming’. Maar is het nog voldoende duidelijk wanneer we toestemming  geven en waarvoor? Microsoft Hotmail leest onze mails mee en slaat ze op, Google weet beter dan wijzelf wat we over een jaar op internet zullen bestellen en allerhande apps kijken in onze mobiele telefoon mee. Allemaal met onze toestemming, omdat we keurig de ‘OK-knop’ aanklikken als we ellenlange disclaimers voorbij zien komen. Niet alleen omdat we geen zin hebben om alle kleine lettertjes te lezen, maar ook omdat we, als we niet akkoord gaan, geen gebruik mogen maken van al die handige gratis applicaties.

Dat verlangt niet alleen om bezinning van de overheid op privacyvraagstukken, maar ook van ons als burgers. Verwachten wij dat grote, vertrouwde bedrijven het goed met ons voorhebben en dat de overheid ingrijpt als onze privacy te ver wordt aangetast? Of nemen wij zelf verantwoordelijkheid door kritische consumenten te worden die niet langer kiezen voor gemak en kosteloosheid, maar voor de zekerheid dat onze persoonsgegevens veilig zijn?

Los van het nut dat de diverse projecten, systemen en beleidsplannen hebben, los van hoe hard ze soms nodig zijn en los van alle goede bedoelingen: het doel heiligt niet altijd alle middelen. Zeker niet als daar zoveel risico’s aan verbonden zijn. Laten we het goed doen. Laten we een elementair debat voeren over de vraag wat wij belangrijker vinden: gemak of privacy, privacy of veiligheid.

Laten we nu aan de noodrem te trekken om eens goed te bekijken of de remmen wel in orde zijn en of er niet teveel passagiers aan boord zijn. Dat is beter dan om voort te razen op een spoor waarvan niemand weet waar het heen gaat en of de trein ooit nog gestopt kan worden.

Nienke Ross en Mark Lauriks
(verscheen eerder in ‘DEMO’, ledenmagazine van de Jonge Democraten)

Forenzen


De dag begon warm vandaag. Toen ik vanmorgen in de trein stapte, deed dat me onwillekeurig denken aan de zomer van 2006. Vijf jaar jonger en voor het eerst een pak aan dat niet ter gelegenheid van een bruiloft was aangetrokken. Ik ging op weg naar Den Haag voor een sollicitatiegesprek om een stageplek bij een vooraanstaand advocatenkantoor in de wacht te slepen. De spanning voor dat gesprek deed me zweten, maar dat was niet het enige: het was warm. Nee, eigenlijk was het heet. De temperatuur rees ruim boven de dertig graden. Achteraf leerde ik dat die juli in 2006 de warmste maand in zeker 300 jaar was geweest. Dat wist ik op dat moment nog niet, maar de hitte ging niet onopgemerkt voorbij. Mijn jasje durfde ik al niet meer uit te doen, mijn haar leek vers gedoucht en ik moest de neiging bedwingen om mijn voorhoofd af te vegen met mijn stropdas. Het hielp ook niet dat ik, in Den Haag aangekomen, een tram moest delen met schaargeklede Scheveningengangers die me aankeken alsof ik van Mars kwam. Gelukkig mocht ik stage komen lopen.

Die stage bracht mij voor het eerst in gevecht met het tijdelijke station. In november van dat jaar moest ik namelijk beginnen en toen was het oude station al naar de vlakte gegaan. Daar ging ik elke dag: trap op, trap af, vooral bij haast en spoorwisselingen een uiterste test voor het humeur. In dat kader diende zich overigens een nieuwe vorm van leedvermaak aan: aanschouwen hoe ‘nieuwkomers’ de hel die het tijdelijk station soms is, doormaakten. De trein naar Den Haag ging toen nog wel rechtstreeks, het was dus niet alleen maar kommer en kwel. Toch was ik blij dat het forensgedeelte van de stage er op een gegeven moment op zat.

Ondertussen ben ik, na lange tijd lekker dichtbij in Arnhem te hebben gewerkt, sinds een jaar weer werkzaam in Den Haag. Aan de trappen van het station –nog steeds ondingen– ben ik bijna gewend. Zelfs het tijdelijk volledig afsnijden van het treinverkeer tussen Arnhem en Ede-Wageningen, een volkomen idioot idee, heb ik overleefd. En nu is het bijna zover: het tijdelijk station verdwijnt op 1 juli. Eindelijk geen trappen weer, maar een tunnel die ons naar het perron leidt. Tijdelijk station, ik ga je niet missen. Maar zo nu en dan zal ik nog eens aan je terugdenken: je trappen heb ik overleefd, het forenzen gaat door.

Verscheen eerder op Arnhem Direct.